Blogs

23. sep, 2020

Ik heb me ooit voorgenomen elke week een blog te schrijven met mijn mening over van alles en nog wat. Komt niks van terecht. Mijn laatste is alweer van april 2020. Hebt u dat ook, iets willen maar de uitvoering achterwege laten of uitstellen?

Nou ben ik altijd al een luie donder geweest. Op de lagere school kreeg ik steevast een 7 voor vlijt. Voor de jonge lezers lagere school heet tegenwoordig basisschool  en in mijn jaren kreeg je voor vlijt en gedrag een cijfer. Een 8 was het hoogst haalbare. Met mijn gedrag zat het wel goed, ik was een braaf jongetje, maar ik had een broertje dood aan leren. Nou hadden we toen nauwelijks huiswerk, behalve voor de tafels van vermenigvuldiging en voor aardrijkskunde en geschiedenis. Maar als je in de klas goed oplette, kwam je een heel eind. Hier hielp mijn braafheid zeer. Overigens was ik meer bang dan braaf, maar dat hadden mijn leermeesters, inclusief mijn ouders, niet door.

Het gebrek aan vlijt brak mij later behoorlijk op. Op de hbs (een soort atheneum) ging het de eerste jaren nog wel, maar het huiswerk werd steeds meer omvattend en was met goed opletten niet te compenseren. In de vierde ging het mis. Ik bleef zitten. Vreselijk  boze ouders, want, zeiden zij, ik kon het wel, maar deed mijn best niet. Tranen met tuiten heb ik gehuild om hun gemoed enigszins te verzachten. Dat hielp niet erg, ze bleven boos, hoewel ik me van straf niks herinner. Misschien vroegen ze zich stiekem af of het ook wat aan hen lag. Ik ben dat nooit te weten gekomen, over gevoelens praatten we niet. Behalve als er iemand dood ging, hoewel het dan een verdienste was je ‘flink’ te houden.

Twee jaar later heb ik toch mijn hbs-diploma gehaald. Gelukkig moest ik direct in militaire dienst, zo hoefde ik nog niet na te denken over wat ik verder wilde. Daarna koos ik voor sociologie. Leek  me een niet te moeilijke studie en interesse in de samenleving had ik. Ik heb het tot mijn kandidaatsexamen (ik laat aan de jonge lezer over om uit te zoeken wat dat is) gebracht. Sociologie bleek een erg saaie studie te zijn. Het meest enerverende waren de studentenoproeren in de zestiger jaren. Daar deed ik van harte aan mee. Ik was hoogst verbaasd dat veel hoogleraren, tegen wie ik toen nog huizenhoog op keek, er niet veel van begrepen. Nou ja, we sloegen ook wel wat door.

Het is nog redelijk goed met me gekomen. Ik heb jaren bij allerlei zorginstanties gewerkt, een diploma aan de sociale academie gehaald, maar een glanzende carrière is het nooit geworden. Geen ambitie en vooral nog steeds bang. Pas na mijn vijftigste ‘brak’ ik door. Ik ging me met het leven in mijn buurt bemoeien, werd politiek actief en bracht het tot gemeenteraadslid in Groningen. Helaas werd ik tot mijn grote verdriet niet weer gekozen. Door voorkeur stemmen op de twee vrouwen in onze partij liep ik mijn zetel mis. Een drama.

Inmiddels houd ik me met dierenrechten bezig. Ik word daar steeds fanatieker in, weliswaar geremd door mijn leeftijd (midden 70). Of toch weer mijn grenzeloze luiheid? Een wekelijks stukje lukt nog steeds niet, al heb ik genoeg ergernissen over wat wij mensen er van maken.

Maar: ik beloof mezelf beterschap. U kunt op mij rekenen.

 

11. apr, 2020

Als werkloze student, die zijn baantje in de horeca kwijt is vanwege corona, mag je bijstand aanvragen.

Maar, de sociale dienst wijst je er op dat je eerst vier weken moet zoeken naar een baan. Dat is wettelijk verplicht. De dienst meldt erbij dat ze ook wel snapt dat je die niet vindt en ze zal de zoekresultaten ‘met coulance’ behandelen. Na die vier weken mag je weer een aanvraag doen, de datum van eerste aanmelding geldt als het begin van je zoektocht en je krijgt over die periode dan alsnog een uitkering of voorschot.

Hoe je die vier weken doorkomt is jouw probleem. Ouders bijspringen. Als die het niet kunnen? Lastig, maar jouw probleem.

Jimmy Dijk van de SP heeft er indringende vragen over gesteld aan het college van B&W. Hopelijk heeft het college geen zoektocht van vier weken nodig voor het antwoord.

 

 

5. apr, 2020

De meeste mensen deugen, zegt Rutger Bregman in zijn gelijknamige boek. Ik heb mijn twijfels.
Bregman noemt tal van voorbeelden dat mensen niet zo slecht zijn als we vaak denken.
Al die voorbeelden duiden erop dat we als groep niet slecht zijn. Maar oh wee, als een andere groep ons belaagt, dan komen heel andere eigenschappen naar boven. Of misschien nog erger, als we zelfs niet nadenken over anderen.

Denk aan vluchtelingen. Mooi in Afrika laten zitten, eventueel laten verzuipen in de Middellandse zee. En hebben ze – jammer, jammer – Europa bereikt: in Italië of elders laten. Meer dan een half miljoen mensen. Zelfde met de Syriërs: afkopen met veel geld voor Turkije en in Turkse en Griekse kampen laten creperen. Vier miljoen vluchtelingen. Waarom? De politici zijn bang. Er is geen draagvlak voor om ze in Europa op te nemen. Draagvlak wil zeggen dat de meerderheid van de bevolking voor is, of in dit geval, tegen. Meeste mensen deugen?

Denk aan dieren. Per jaar slachten we alleen al in Nederland meer dan 600 miljoen dieren om op te eten of te exporteren. Ongeveer 1% van de Nederlanders is veganist, zo’n 170.000 mensen. Daar zit weliswaar schot in, twintig jaar geleden waren dat 16.000.
De vleesconsumptie daalt de laatste jaren nauwelijks en is in 2018 zelfs toegenomen. Per bewoner staat die op 77 kg per jaar. Grote meerderheid van de mensen eet vlees en maalt niet om het doden van dieren. Meeste deugen dus niet.

Als puntje bij paaltje komt volgen we ons eigen (groeps)belang en vergeten we het belang van ons allen, inclusief vluchtelingen en dieren.

 

22. aug, 2017

In Trouw van 18 augustus 2017 stellen elf theologen (in de rubriek Religie en Filosofie), dat de ‘duizenden verbrande varkens en miljoenen vergaste kippen’ slachtoffers zijn van onze consumeerdrift. Het ‘theologisch elftal’ vindt dat er iets fundamenteel mis is. We zitten in een spirituele crisis. Gelardeerd met passende bijbelteksten veroordelen ze hartgrondig de omgang met dieren in de bio-industrie.

Een dag eerder wijdde het blad drie pagina’s aan de economische groei. Enkel positieve geluiden! Niets over milieuvervuiling of uitputting van de aarde. Niets over dieren en vleesindustrie. Nee, het gaat goed: minder werkloosheid, stijgende lonen, meer consumptie. De enige opmerking over het klimaat is, ik citeer,: ‘Het kost miljarden om te voldoen aan de afspraken uit het klimaatverdrag van Parijs …’. Vervelend eigenlijk, maar een probleem zoals alle andere.

Curieus, dat er geen link wordt gelegd. Aan de ene kant het probleem dat de aarde uitgewoond wordt en aan de andere kant de bewieroking van de groei. Dat een en ander strijdig met elkaar zijn, is kennelijk bij de economische redacteuren van Trouw niet doorgedrongen.
Zij zijn niet uniek. Vrijwel alle (economische) journalisten en bovenal politici spreken de laatste tijd enthousiast over de groei. Het voortbestaan van de aarde is voor theologen en filosofen.
Natuurlijk, er wordt gewerkt aan milieumaatregelen, maar meestal met de idee van een doorgaande groei.

Geen politicus die durft te zeggen, dat we het gas in Goningen beter onder de grond kunnen laten zitten, dat vliegen vijf keer zo duur moet worden, dat de bio-industrie een doodlopende weg is. Niemand die durft te zeggen dat onze levensstandaard te hoog is, dat die ten nadele is van mensen in de arme landen en een bedreiging voor ons allen. De politiek (met uitzondering van de Partij voor de Dieren) is daar kennelijk te bang voor. Trouw illustreert die struisvogelpolitiek op fraaie wijze.

 

28. jun, 2017

‘Tegen het cynisme’ (Amsterdam, 2016) van Sybrand Buma is een merkwaardig boek. In meer dan tweehonderd bladzijden legt hij uit dat de grootste bedreiging van onze samenleving het verval van waarden en normen is. Die waarden hebben we uit Athene en Jeruzalem, formuleert hij mooi. Maar we kennen onze grieks-joods-christelijke oorsprong niet meer. Het individualisme afkomstig uit de ‘revolutie van de zestiger jaren’ is de heersende moraal geworden.
Er is nogal wat af te dingen op Buma’s betoog.

Om te beginnen maakt hij niet duidelijk wat die christelijke (ik vat het maar even onder die noemer samen) waarden inhouden. Het gezin speelt er een grote rol in, maar mij is niet duidelijk geworden hoe. De kinderbijslag moet omhoog. Dat is leuk, ben ik vlak voor als ouder, maar of ik daarmee de christelijke waarden doorgeef?

Aan de klimaatverandering, de grootste bedreiging van onze wereld, besteedt hij een paar (bij)zinnen.
Over de negatieve gevolgen van de veetelt op het klimaat: geen woord!
Nou hoeft dat niet te verbazen. In het CDA-programma staat dat de partij tegen megastallen is. Tenzij het om familiebedrijven gaat. FAMILIEbedrijven. Zouden de varkens, koeien en kippen het daar beter hebben met zijn duizenden bij elkaar?
We moeten wel iets doen aan de opwarming van de aarde, want die leidt uiteindelijk tot ‘migratiestromen (die) kunnen veranderen in volksverhuizingen’. Het CDA is voor opvang van vluchtelingen in de regio en vooral niet (te veel) in Europa. Geef mij dan maar Merkel.

Het hele boek ademt een sfeer van hollandse kneuterigheid. Politiek ziet hij vanuit een nederlands perspectief: volk-oranje-vaderland komen zelfs een paar keer langs. Een visie op de wereld als geheel heb ik niet kunnen vinden. Zelfs Europa heeft alleen zijn interesse als het van belang is voor Nederland.

Toegift
Vandaag een discussie op de radio tussen Arabella Burgers, een dierenarts die met 70 collega’s bezwaar maakt tegen de intensieve veehouderij, en Jaco Geurts, tweedekamerlid voor het CDA. De laatste reageerde met een woedende, persoonlijke aanval op Burgers. Een kamerlid onwaardig!