DE JACHT

De jacht

In 2016  is er in bijna alle provincies van Nederland een burgerinitiatief tegen de hobbyjacht gehouden. Overal werden voldoende handtekeningen opgehaald om de provinciale staten op te roepen de hobbyjacht te beëindigen. Maar de meeste provincies vonden zich niet bevoegd om er (direct) iets over te zeggen. Na discussie met de staatssecretaris van econmische zaken werd duidelijk, dat de laatste er nog steeds over gaat.

In onderstaande tabel heb ik de door mij verzamelde afschotcijfersvan alle provincies van 2017 of 2018 vermeld. Flevoland geeft geen gegevens, ik heb uit het Faunaplan voor de komende jaren via de grafieken de jachtcijfers gehaald van 2016. Het geheel is een benadering, maar geeft goed weer op welke schaal jagers dieren doden.

haas              72.385

konijn            26.890

fazant            11.999

houtduif         138.148

wilde eend        91.076

(post)duif                              4.057

grauwe gans      210.894

kolgans           19.010

brandgans         26.959

nijlgans          28.121

boerengans         2.424

canadese gans     19.946

indische gans         10

toendrariet gans      24

knobbelzwaan       4.836

meerkoet           4.209

smient             4.113

rosse stekelstaart     4

gaai                  29

kauw              60.577

roek               2.279

zwarte kraai      70.321

ekster               134

spreeuw            1.315

ree               16.509

damhert            4.622

edelhert           2.985

vos                9.172

wild zwijn         1.953

moeflon               95

verwilderde kat      271

amerikaanse nerts     96

muntjak                1

 TOTAAL          835.464

 

Feiten en cijfers rondom de jacht

Jaarlijks worden er in Nederland rond een miljoen hazen, fazanten, wilde eenden, konijnen en houtduiven doodgeschoten door circa 28.000 jagers. De jacht is aan regels gebonden, maar veroorzaakt desondanks veel dierenleed.

Uit onderzoek blijkt dat 36% van de dieren hagel in het lichaam heeft. Aangeschoten ganzen kunnen herstellen, maar leven met hagel in het lichaam verder.

Een groot aantal dieren zal als gevolg van de verwondingen sterven buiten het bereik van de jager. De dieren die niet op slag dood zijn lijden ernstig en ervaren een stressvolle doodstrijd. Een jager vertelde me eens dat hij altijd zijn hond aangeschoten wild laat opzoeken. Hij vond dat dieren niet onnodig mogen lijden, het doodschieten viel daar kennelijk niet onder.

Als er afschot (bij zogenoemd overschot en schade) gepleegd wordt in de tijd van het jaar dat dieren jongen hebben, kunnen deze verweesd achterblijven. Dit zien we op steeds grotere schaal voorkomen, bijvoorbeeld bij vossen, herten, zwijnen en ganzen. De jongen kunnen nog niet voor zichzelf zorgen en sterven een langzame hongerdood.

Jaarlijks doden jagers 20.000 vossen en andere predatoren. Zij zijn een concurrent voor de jagers die op dezelfde prooidieren jagen.

De vos wordt met name zwartgemaakt als bedreiging voor de weidevogels. Het verdwijnen van veel weidevogels komt echter door het enorme verlies aan biodiversiteit in Nederland door bestrijdingsmiddelen (minder insecten!), het gebruik van kunstmest en het maaibeleid van boeren. De vos is van belang bij de regulering van de ganzenpopulatie en zou juist in ganzenrijke gebieden niet bejaagd moeten worden.

Plezier- of hobbyjacht

Iedereen die beschikt over ‘het genot van de jacht’ in een jachtveld, bijvoorbeeld als eigenaar van de grond of als jachthuurder, en een jachtakte heeft, mag in het jachtseizoen op ‘wild’ schieten. De wildsoorten zijn konijn, haas, houtduif, wilde eend, fazant en patrijs. De patrijs staat op de rode lijst en daarom is de jacht op dit dier momenteel niet geoorloofd.

In de praktijk zijn er dus 5 vrij bejaagbare soorten. De dieren mogen eenvoudig geschoten worden voor het plezier. Deze jacht wordt daarom de plezierjacht of hobbyjacht genoemd, omdat er geen enkel ander doel gediend wordt dan het plezier van de jager.

Het jachtseizoen per wildsoort:

  • wilde eend     15 augustus tot en met 31 januari
  • haas               15 oktober tot en met 31 december
  • fazantenhen   15 oktober tot en met 31 december
  • fazantenhaan 15 oktober tot en met 31 januari
  • houtduif         15 oktober tot en met 31 januari
  • konijn            15 augustus tot en met 31 januari
  • patrijs jacht is niet toegestaan

Bron: rijksoverheid.nl

Beheer en schadebestrijding

De jacht is dus in theorie iets anders dan beheer en schadebestrijding. Beheer en schadebestrijding is pas toegestaan na het aantonen van schade en dat het helpt om de schade op te lossen door dieren te doden. Eerst moeten er – volgens de regels -  diervriendelijke alternatieven uitgeprobeerd zijn. Het uit hun lijden verlossen van stervende dieren valt ook onder beheer en schadebestrijding.

Provincies geven meestal routinematig ontheffingen voor afschot af aan jagers. Ze gaan bij die ontheffingen uit van de door jagers aangeleverde informatie over het aantal dieren waar er volgens hen teveel van zijn. De jagers kunnen zo duizenden andere dieren (zoals zwijnen, herten en reeën) doodschieten onder het mom van beheer en schadebestrijding. In de praktijk worden er nauwelijks alternatieve verjagingsmiddelen ontwikkeld en/of gebruikt. Dit komt omdat de jagers maar één middel kennen: het geweer.

Jacht verstoort het ecologisch evenwicht

Over het algemeen worden de dieren door jacht schuwer, waardoor de zichtbaarheid voor mensen die van de natuur willen genieten afneemt. De aanwezigheid van jagers, hun honden en hun schoten zorgen voor een verstoring van de aanwezige diersoorten.

De leeftijds- en geslachtsopbouw verandert van de populatie bejaagde dieren. Jagers hebben voorkeuren en schieten liever het dominante mannetje ten behoeve van verkrijging van een trofee, dan de jonge dieren. Bij sociale dieren kan dit een effect hebben op het gedrag van dieren omdat natuurlijke hiërarchie in de groep wordt verstoord.

Jacht verarmt de natuur. Jaarlijks worden er 1 miljoen dieren als jachtbuit meegenomen, waardoor waardevolle mineralen uit de kringloop verloren gaan.

Wet natuurbescherming

In de nieuwe Wet Natuurbescherming, die 1 januari 2017 inging, is de uitvoering van de jacht opgenomen in de zogenaamde faunabeheerplannen. Faunabeheerplannen worden gemaakt door faunabeheerseenheden.

Omdat Gedeputeerde Staten de faunabeheerplannen moeten goedkeuren, zal de provincie door de deze wet zeggenschap hebben over de plezierjacht. De landelijke overheid bepaalt dat de jacht op de vrij bejaagbare diersoorten mag bestaan en bepaalt ook om welke dieren dit gaat. Deze wetgeving kan de provincie dus niet verbieden, de uitwerking ervan wel. De provincie kan namelijk nadere regels stellen voor de jacht. Ze zouden bijvoorbeeld als regel kunnen instellen dat er alleen op wildsoorten (de vijf diersoorten) gejaagd mag worden indien er is aangetoond dat ze schade veroorzaken. In Groningen hebben Provinciale Staten zeggenschap bedongen over de faunabeheerplannen.

Zie: www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/wet-natuurbescherming

De beleving van jacht onder Nederlanders

Bijna driekwart van de Nederlanders is van mening dat jagen als hobby verboden zou moeten worden (72%). Iets meer dan de helft van de Nederlanders vindt dat jagen niet van deze tijd is (57%) en dat door de jacht onnodig dierenleed veroorzaakt wordt (55%).

Een kwart van de Nederlanders ziet jacht weliswaar als een manier om aan een lekker stukje vlees te komen (27%). Echter, het aandeel dat van mening is dat jagers uit de natuur mogen oogsten, is duidelijk lager (16%).

Ruim een kwart van de Nederlanders is van mening dat jagers zorgvuldig omgaan met de natuur (28%). Het aandeel dat deze mening niet is toegedaan is groter (37%). Er zijn maar weinig Nederlanders die de jacht een leuke hobby vinden (7%).

Bron: Blauw Research / 87324 © oktober 2006
Wie meer wil weten over het faunabeheer in Groningen kijkt op:
- www.provinciegroningen.nl/beleid/natuur-en-landschap/de-natuur-in-groningen-is-voor-iedereen/nieuwe-wet-natuurbescherming/
- www.provinciegroningen.nl/.../Faunabeheerplan_Groningen_2014-2019. Faunabeheerplan Groningen 2014-2019  incl ganzenakkoord+eieren

 

DE WATERSCHAPPEN

Waterschappen bestrijden muskusratten en beverratten, omdat die volgens hen de dijken ondermijnen. De bestrijding levert nogal wat bijvangst op. Per maand kost dat zo’n 10.000 dieren het leven.

Nut en noodzaak worden sterk betwijfeld. Er zijn diervriendelijker methoden om de dijken te beschermen volgens organisaties voor dierenbescherming.

  • muskusrat       53.511
  • beverrat          1.268

TOTAAL                     54.779

bijvangst        

  • woelrat           2.344
  • bruine rat       2.571
  • bunzing              99
  • hermelijn           10
  • waterhoen        133
  • dodaars              22
  • aalscholver       331
  • vissen            1.361
  • mossels ed     1.092

 TOTAAL W’SCHen     7.963

 muskusrattenbestrijding.nl/wp-content/uploads/2019/05/Jaarverslag-2018.pdf

8/6/2020

De visser als crimineel

 

Aan vissers is misschien wel het moeilijks uit te leggen dat hun werk geen recht doet aan de dieren die ze vangen. Visserij staat in aanzien, zowel het beroep als de hobby worden hogelijk gewaardeerd door verreweg de meeste mensen.
Op de markt of in de viswinkel vraagt vrijwel niemand zich af hoe de vissen en andere zeedieren aan hun eind zijn gekomen. En of dat wel op een diervriendelijke manier is gebeurd. Nog afgezien van de vraag of wij als mens het recht hebben om ze om te brengen. Zelfs sommige vegetariërs vinden het eten van vis acceptabel.
Vissers hebben net als veeboeren ontstellend weinig begrip voor het leed dat ze dieren aandoen. Op Visserijnieuws.nl gaat het over alle kanten van de visserij, maar geen woord over de ethische kant. Wel over: Is er een toekomst? Steunt de minister de vissers voldoende? Al of niet vissen in de Britse wateren, nu de Britten uit de EU zijn? Of pulsvissen, vanaf volgend jaar verboden door de EU, de vissers spreken er schande van. Of de aanlandplicht: is die wel nodig?

 

De beroepsvisserij

 

De vissersvloot

Als je op internet zoekt naar gegevens over de Nederlandse vissersvloot kom je een wirwar aan cijfers tegen. Alle sites geven andere aantallen schepen op. Mogelijk ligt dit aan het ‘stilliggen’ van veel schepen en aan het feit dat de vloot al jaren krimpt. Maar er komen ook nieuwe bij. Daarnaast zijn veel sites niet actueel. De volgende gegevens zijn dan ook een benadering.

Eind 2018 waren er bijna 290 kotters actief onder Nederlandse vlag en daarnaast tientallen onder buitenlandse vlag. De kottervloot is gespecialiseerd in de vangst van platvis, zoals tong en schol. Er worden ook vele andere soorten bevist, zoals Noorse kreeft, tarbot, griet, mul, poon, inktvis en garnalen.
Kotters worden meestal verdeeld in twee categorieën. De grotere die vooral op de Noordzee vissen met een motorvermogen van meer dan 300 pk en de kleinere (schepen tot 300 pk en maximaal 24 meter lang), die vooral vissen in de Waddenzee en in de kuststrook op garnalen en soms op platvis. Deze kleinere kotters worden ook wel eurokotters genoemd (agrimatie.nl enmaritiemnederland).
De visserij op mosselen, kokkels, oesters, spisula, enzis en andere schelpdieren in de Nederlandse kustwateren is al eeuwenoud. Mosselen zijn een Hollandse specialiteit geworden.
De binnenvisserij, waaronder die op het IJsselmeer, richt zich op paling, schubvis en wolhandkrab. De IJsselmeerpaling is een typisch Hollandse delicatesse (vissersbond.nl/nederlandse-visserij).

Daarnaast zijn er zo’n 20 trawlers actief. Trawlers zijn groter dan kotters en varen ook veel verder. Ze kunnen wekenlang op zee blijven. Ze zijn zo groot omdat de vis aan boord meteen wordt ingevroren en verwerkt (zie verder). De vriesmachines en de opslag van de vangst nemen veel ruimte in beslag.
Dertien vriestrawlers vangen zogeheten pelagische vis: vis die scholen vormt, zoals haring en makreel. Vier diepvriestrawlers, van Parlevliet & Van der Plas, vissen in de zuidelijke Pacific.
Jaarlijks wordt het visquotum voor de Noordzee afgestemd op basis van de EU-visbestanden. Maar afhankelijk van de uitkomsten van de Brexit kan de quotumverdeling in het nadeel van de EU veranderen. Ook kunnen er toegangsbeperkingen komen in Britse wateren. Dit zal grote impact hebben op de Nederlandse kottervloot (rabobank.nl/bedrijven/cijfers-en-trends/visserij).

Vissersplaatsen

Volgens het CBS waren er midden 2019 in Nederland  49 vissershavens met samen 912 schepen. De gemeenten Wieringen (47 kotters) en Urk (72) waren in 2018 gezamenlijk goed voor 41% van de totale actieve kottervloot. Andere plaatsen met een vloot van 20 of meer kotters zijn Sluis, Bruinisse, Goedereede, Harlingen, Den Helder, IJmuiden, Scheveningen, Tholen, Texel,  Yerseke en Zoutkamp (vissersvaartuigen.nl/media/gidsen/Gids-van-vissersvaartuigen-juni-2019.pdf).
Er zijn 17 aangewezen havens voor het aanlanden, lossen en overladen van vis: Amsterdam, Breskens, Colijnsplaat, Delfzijl, Den Helder, Den Oever, Eemshaven, Harlingen, Lauwersoog, Scheveningen, Stellendam, Termunterzijl, Urk, Velsen, Vlaardingen, Vlissingen, IJmuiden (AangewezenhavensNederlandapril2017.pdf).
In totaal zijn er ongeveer 3.000 ondernemingen actief in de visserssector, inclusief 450 bedrijven in de verwerkende industrie, groothandel en detailhandel.

De verwerking

De verwerking van de vis begint bij alle schepen al aan boord, omdat vis snel bederft. Op kotters gaat de visverwerking anders dan op trawlers.
Op kotters die maar een dag weg zijn van huis zijn wordt de vis nauwelijks verwerkt. De vis wordt bewaard in kratten met ijs en ’s avonds afgeleverd bij de visafslag (zie verder bij Visbescherming).
Op kotters die meer dan een dag van huis zijn wordt de vis aan boord helemaal schoongemaakt. Schoonmaken betekent in dit geval niet alleen dat de vis gespoeld wordt, maar ook alle ingewanden eruit worden gehaald. Dit wordt ook wel ‘strippen’ genoemd. Na het strippen (zie verder) wordt de vis bewaard in een gekoelde ruimte of ingevroren (visbureau.nl/viskids/trawlers-kotters).

Nederlands visserijbeleid

Het Nederlands visserijbeleid voor de kust en de binnenwateren richt zich op verduurzaming van de visserijsector. De overheid, de visserijsector en de Europese Unie (EU) proberen samen nieuwe vismethodes te ontwikkelen. Bijvoorbeeld vismethoden die de bodem met rust laten en ongewenste bijvangsten voorkomen. Aldus de overheid (rijksoverheid.nl/onderwerpen/visserij/nederlands-visserijbeleid).
De overheid subsidieert beginnende vissers voor de aanschaf van een vissersboot. Vanwege corona is er (mei 2020) bijna geen afzet, met name in de horeca. Vissers kunnen gebruik maken van de stilligregeling, subsidie van het ministerie van LNV.
Van de huidige minister hoeven we met betrekking tot vissenwelzijn niet veel te verwachten. Anderhalf jaar geleden ‘vergat’ ze zelfs de vissen in haar brief vanwege dierendag aan de Kamer.

De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) presenteerde op 7-3-2018 een zienswijze, waarin ook aandacht was voor vissen. Ze vindt het aan te bevelen om ‘maatwerk na te streven in samenwerking met onderzoek, bedrijfsleven en praktijk voor een beter welzijn’. Het gaat in het rapport niet alleen over visvangst, maar ook over de handel in en het houden van siervissen en het gebruik als proefdier.

De Nederlandse Vissersbond reageerde direct met een opiniestuk (maart 2018), waarin wordt beweerd dat er nog geen eenduidig antwoord is op de vraag of vissen bewust pijn en leed kunnen ervaren en dat er wetenschappelijk bewijs nodig is om vissen pijnloos te doden. Want dat vraagt ‘aanzienlijke investeringen’, ‘aanpassing van de bedrijfsvoering’ en moet ‘vormgegeven (worden) op internationaal niveau om oneerlijke concurrentie te voorkomen’. Van de Vissersbond valt voorlopig niks te verwachten.

Op 4 oktober 2018 (dierendag!) reageerde de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op de RDA. Haar brief aan de Tweede Kamer begint veelbelovend. Ze wijst erop dat dieren net als mensen recht hebben op hun bestaan. Zij hebben een intrinsieke waarde vastgelegd in de Wet Dieren en dit is het uitgangspunt van haar beleid. We moeten de dieren om ons heen beschermen en dieren die wij houden of verzorgen een goede behandeling geven. ‘Goed voor dieren zorgen is voor iedereen een morele plicht’.
Daarna? Geen woord over vissen. Terwijl ze had beloofd in deze brief te reageren op de zienswijze van de RDA. Ook later heb ik geen beleid of voornemens gevonden met betrekking tot het welzijn vissen. Een te zwaar onderwerp? Of onbelangrijk?
Wel waren er vragen van de PvdD over garnalenvissers die in beschermde natuurgebieden hadden gevist. Nog geen antwoord, de minister wil eerst overleggen met belanghebbenden!

De minister van LNV

Al eerder wilde Schouten de visserij in het IJsselmeer duurzaam maken. Er mag niet meer gevangen worden dan er aanwas is (Agenda IJsselmeergebied 2050). ‘De gekozen maatregelen leiden tot een kleine, economische gezonde sector met stabiliteit in de opbrengsten. Overblijvende vissers hebben toekomstperspectief en degenen die stoppen ontvangen daarvoor een passende tegemoetkoming’ (Brief minister van LNV, 25 maart 2019).
Een maand later bericht ze dat haaien en roggen beschermd moeten worden inclusief die in de caribische wateren. Ze dreigen uit te sterven door overbevissing, ook  door sportvissers, hoewel die ze terug zetten na vangst. Europese vissers moeten daarom (minstens) drie jaar lang roggen en haaien direct terugzetten. De aanlandplicht geldt niet voor deze dieren. Sinds 2015 zijn vissers verplicht om alle gevangen vis in een haven aan te leveren: de aanlandplicht. Dit geldt ook voor de bijvangst. Het doel ervan is dat vissers selectiever gaan vissen.
De pulsvisserij is een innovatie van Nederlandse vissers. Met stroomstoten wordt de vis, vooral platvis, opgeschrikt waardoor de netten niet over de bodem van de zee hoeven slepen wat er minder schade aan geeft. Maar de EU verbood het na druk van andere vislanden per 1 juli 2021.
Volgens het kamerlid Van Kooten (toen nog PvdD) doet Nederland te weinig aan de overbevissing. Maar volgens minister Schouten valt dat erg mee en maakt ze zich sterk voor de afspraken in het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) van de EU.
Nederland botst met de Europese Commissie over de kottervisie. De commissie wil minder kotters dan ons land heeft, er moet dus ingekrompen worden.

De kabeljauw in de Noordzee komt minder voor dan gedacht door foute tellingen en overbevissing, daarom wil de EU een grote reductie. Nederlandse vissers vissen weinig op kabeljauw, maar een lager quotum is wel een probleem, omdat er minder geruild kan worden tegen andere vissoorten met bijvoorbeeld Noorwegen. ‘Maatregelen zouden vooralsnog niet de vissers moeten treffen voor wie kabeljauw slechts bijvangst is’, vindt de minister. Voor de pelagische visserij (vissen op scholen vis) ligt het belang vooral bij de specifieke afspraken over de uitruil van de TAC  (Total Allowable Catch) voor blauwe wijting tegen Arctische kabeljauw.

In 2019 is de flyshootvisserij op de Doggersbank voor drie jaar verboden om de onderwaternatuur te beschermen (flyshootvissen is vissen achter het schip met lijnen met daaraan een net en touwen die over de bodem rollen en stofwolken veroorzaken die de vissen opschrikken zodat ze ervoor blijven uitzwemmen en bij het binnenhalen samengedreven kunnen worden naar de netopening). Tot dan toe mocht dat van Nederland, Duitsland en het VK. Nederland was het niet eens met het verbod.
Om fraude met het motorvermogen van de schepen (waaraan ook Nederlandse vissers zich herhaaldelijk schuldig maken), wil onze regering dat de EU een ‘robuust fraudebestendig meetsysteem’ invoert.

In februari 2020 vraagt Wassenberg van de PvdD zich af waarom de minister de bodem beroerende visserij niet aan banden legt en waarom het gebied waar gevist mag worden in de Noordzee niet wordt verhoogd van 0,2% tot 10 of 15% zoals beloofd. Hij vindt dat het kabinet de Noordzee behandelt als een wingewest. Hij wil ook dat verdoving voor de slacht verplicht wordt, zowel in kwekerijen als op schepen.
In de toelichting op de begroting voor 2020 gaat het enkel over de economische belangen van vissers. Daar komt wel wat ecologie bij kijken, zoals verduurzaming, verbetering van de visstand, bescherming van de bodem, tegengaan van bijvangst, innovatie van de vloot, maar geen woord over het welzijn van de vis.

Vangen en doden

Laten we tot slot kijken hoe de visserij in zijn werk gaat, hoe de vis gevangen en gedood wordt.

Vissenbescherming zegt er het volgende over, ik kan het niet beter verwoorden:

In de wetenschap wordt tegenwoordig algemeen erkend dat vissen dieren zijn met een goed ontwikkeld zenuwstelsel en hersenen. Ze kunnen hiermee heel goed pijn, stress en angst ervaren. Dit geldt ook voor veel andere, met name ongewervelde zeedieren, zoals kreeften, krabben en inktvissen. Deze zeedieren hebben allemaal veel te lijden onder de vangst- en dodingsmethoden die in de visserij worden toegepast.

De meeste vangstmethoden in de visserij, vooral in de zeevisserij, gaan gepaard met enorme bijvangsten, veroorzaken veel verwondingen aan de vissen en bezorgen hen aanzienlijke angst, stress en pijn.
De bekendste vangstmethode is die waarbij een schip een reusachtig net achter zich aan sleept waarin de vissen worden samengedreven en urenlang worden meegesleept. Deze methode is gebruikelijk in de pelagische visserij, die zich richt op vissen die in grote scholen zwemmen. Om te ontsnappen zwemmen de vissen mee tot ze uitgeput raken en hierdoor achter in het net belanden, waar ze worden samengeperst, beschadigd raken en vaak stikken omdat ze niet meer bij machte zijn om te ademen. Als de visnetten snel van diep water omhoog worden gehaald, worden de vissen blootgesteld aan grote drukverschillen. Hierdoor kan hun zwemblaas knappen en kunnen de ingewanden naar buiten geperst worden.
Bij het langelijnvissen worden kilometerslange kabels met daaraan duizenden zijlijnen met van (vaak levend) aas voorziene haken in zee neergelaten. Grotere vissen happen daarnaar en zitten vervolgens aan een haak vast. Ze worden vaak over honderden kilometers levend meegesleurd en onderwijl aangevallen door roofdieren. Hun lijdensweg kan vele uren duren tot meer dan een dag.
Ook het staand want, een visnet dat als een muur in het water wordt neergelaten, is een martelwerktuig voor vissen die daar vaak uren- en dagenlang in verstrikt raken voordat ze uit hun lijden worden verlost. Bovendien komen hierin ook grote aantallen vogels die in het water op zoek zijn naar vis, op een ellendige wijze aan hun eind. Het staand want wordt ook in de binnenvisserij gebruikt.
In Nederland richten veel vissers zich op de bodemvisserij. Met hun boomkor hebben ze heel veel schade aangericht aan het leven op de zeebodem. In plaats van de boomkor wordt ook een pulskor gebruikt die elektrische stroomstoten uitstuurt waardoor de vissen van de bodem af in het net springen. Er is nog te weinig bekend van de effecten van deze methode op het bodemleven.
Ook de in de visserij gebruikelijke dodingsmethoden gaan gepaard met extreem en langdurig geweld tegenover de dieren. Alternatieve, minder dieronvriendelijke dodingsmethoden worden op dit moment in de reguliere visserij nog nauwelijks toegepast. Er ontstaat wel steeds meer het besef dat vissen en andere waterdieren zoals kreeften en krabben, ook over gevoel en bewustzijn beschikken en dus ook zorgvuldiger behandeld dienen te worden.
Vissen zijn wat de zuurstofvoorziening van de hersenen betreft heel anders gebouwd dan zoogdieren. De enige manier om ze snel en pijnloos te laten sterven is door ze te verdoven en/of hersendood te maken. Bij de thans in Nederland en elders in de wereld gangbare methoden gebeurt dat niet: de hersenen van de vissen blijven intact, waardoor het stervensproces erg lang duurt.

De volgende zeer dieronvriendelijke dodingsmethoden worden in de visserij toegepast:

1. Verstikking
Anders dan veel mensen denken gaat een vis niet snel dood wanneer hij op het droge gebracht wordt. Haringen zijn bijvoorbeeld pas na ongeveer 35 minuten gestikt, kabeljauwen en wijtingen tot na 60 minuten. Tongen en schollen doen er nog langer over. Ze kunnen er ongeveer vier uur over doen om dood te gaan.

2. Strippen
Het strippen houdt in dat de vis levend en wel wordt opengesneden om de organen en het bloed te verwijderen. De vis gaat hierdoor echter niet onmiddellijk dood. Haringen, tongen en scharren kunnen hierna nog tot 10, respectievelijk 30 en 35 minuten in leven blijven. Schollen houden het maximaal 50 minuten uit.

3. Verstikking samen met strippen
Deze methode houdt in dat de vissen eerst gedurende 7 tot 20 minuten ’stikken’ in de lucht, waarbij ze dus niet doodgaan omdat hun hersenen intact blijven. Vervolgens worden ze, nog levend, ontdaan van hun organen en bloed. Ze leven dan nog 10 tot 30 minuten totdat de dood intreedt.

4. Het op ijs of in ijswater leggen
Dit is de meest gebruikte techniek op dit moment, maar vissen blijven daarbij nog lang in leven omdat zij goed in staat zijn hun energie te concentreren in hun hersenen en verder doodstil te liggen, waardoor het lijkt alsof ze niet meer leven. Hersenscans hebben bewezen dat vissen zo tientallen minuten in leven kunnen blijven. Deze methode is voor hen heel stressvol en beangstigend.

5. Levend koken
Deze methode wordt specifiek bij schelp- en schaaldieren toegepast. Het koken van kreeften en krabben is hiervan het bekendste voorbeeld. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de dieren niet onmiddellijk dood zijn wanneer zij in het kokende water terechtkomen. De tijd gedurende welke ze pijn lijden wordt langer naarmate de dieren meer gewicht hebben en kan wel acht of meer minuten duren. Naar wat het levend koken betekent voor mossels en oesters is nog nauwelijks een begin van wetenschappelijk onderzoek verricht.

Op zaterdagmiddag 30 maart 2019, de derde Werelddag voor het einde van de visserij, voerde de Vissenbescherming voor de tweede keer samen met Stichting Dierbewustleven en Bite Back actie in het centrum van Den Haag. Door middel van deze actie werd het winkelend publiek geïnformeerd over het leed dat vissen treft door de primitieve, wrede vangst- en dodingsmethoden van de visserij.

Als laatste een door mij gemaakte schatting van het aantal vissen en andere waterdieren dat ten slachtoffer valt aan de visserij. Het CBS geeft de vangsten per kilogram, ik heb een schatting van het gewicht gemaakt en kwam zo tot het aantal dieren. In totaal 6,5 miljard per jaar.

(statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=83622NED)

Visvangst 2017

Aangevoerde hoeveelheid 2017 van:

X 1 000 kg

Gewicht geschat

Aantal x 1000

Europese kreeft

80

0,6

133

Griet

930

8

116

Noordzee garnalen

11 855

0,0035

3387143

Noordzeekrab

1 271

4,5

282

Langoustine (Noorse kreeft)

1 971

0,0165

119455

Mossel

43.968

0,02

2198400

Oester

2.241

0,02

112050

Kabeljauw

627

5,5

114

Rode poon

3 420

6

570

Schar

1 866

1

1866

Schelvis

127

9,2

14

Schol

32 209

3,8

8476

Tarbot

2 015

14

144

Tong

9.234

1,6

5771

Wijting

1 275

1,7

750

Zeebaars

139

6,6

21

Gekweekte paling

2.000

3

667

Overige kweekvis

2.921

3

974

Blauwe wijting (bevroren aangevoerd)

122 756

0,83

147899

Haring (bevroren aangevoerd)

152 006

1

152006

Horsmakreel (bevroren aangevoerd)

42 432

2

21216

Makreel (bevroren aangevoerd)

7.6 099

3,4

22382

Sardines (bevroren aangevoerd)

30 293

0,13

233023

Totaal aantal dieren

 

 

6.413.472

X1000

 

 

6.413.472.000

 

 

 

De sportvisserij

 

Ik begin met een schatting van het aantal vissen dat jaarlijks de dood vindt door mensen die zichzelf sportvisser noemen. Ik kom tot zo’n 3,5 miljoen vissen.

 

Mijn schatting (wm)

Aantal vissers x aantal keren gevist x gemiddelde vangst =

570.000 x 5 (?) x 5 (?) = 14.250.000 vissen. Teruggezet: 1/2. Toch dood: 1/2 = 3.562.500

 

Sportvissen is gezond

In augustus 2018 meldde Sportvisserij Nederland trots:

Buiten bewegen is leuk en gezond. Het geeft plezier en ontspanning én houdt de dokter mooi op afstand. Sportvissen is dan ook een van de gezonde buitensporten die in de nieuwe brochure van NOC*NSF ‘Buiten sporten voor iedereen’ voor het voetlicht wordt gebracht.
Hengelsport is een plezierige vorm van lichaamsbeweging. Het vergt geen grote inspanning, de kans op blessures is klein en je kunt er tot op hoge leeftijd mee doorgaan. Bovendien ben je altijd buiten en dat is bewezen goed voor je gezondheid (sportvisserijnederland.nl/actueel/dossiers).

Sportvisserij Nederland is een vereniging die via zeven regionale federaties en 800  lokale hengelsportverenigingen rond 570.000 aangesloten sportvissers overkoepelt.
Nationaal en internationaal vertegenwoordigt Sportvisserij Nederland de Nederlandse sportvisserij. Directe leden zijn de regionale hengelsportfederaties en de landelijke specialistenorganisaties van vliegvissers (VNV), snoekvissers (SNB) en karpervissers (KSN). Zij vormen de algemene ledenvergadering die het beleid op hoofdlijnen en de begroting bepaalt (sportvisserijnederland.nl)

Tot mijn grote verbazing is Sportvisserij Nederland lid van de NOC*NSF. De sportbonden stemden in oktober 2011 unaniem(!) in met het lidmaatschap van de nationale én olympische sportkoepel met ingang van 2012. Sportvisserij Nederland voldeed aan alle formele aansluitingscriteria van NOC*NSF volgens NOC*NSF-voorzitter André Bolhuis. De bond is ook aangesloten bij SportAccord, de koepel van internationale sportorganisaties.
Onder meer vanuit dierenwelzijnorganisaties kwamen bezwaren, terwijl sommige bonden vreesden financieel te moeten inleveren ten koste van het nieuwe lid (nocnsf.nl en sportvisserijnederland.nl).
Mogelijk zit NOC*NSF toch wat in zijn maag met het nieuwe lid; op hun site is er nauwelijks informatie over te vinden.

De vissers hebben ook olympische ambities. De internationale sportvisserijkoepel CIPS wil sportvissen verheffen tot olympische sport. Ze praat daarover met het Internationaal Olympisch Comité. Bij de CIPS zijn hengelsportbonden uit 70 verschillende landen – en daarmee een totaal van 50 miljoen sportvissers – aangesloten (Sportvisserijnederland.nl, 17-10-2016).

Hengelsport: recreatieve wreedheid

Hengelsport of vissen is een hobby die pijn doet. Zelfs als de vis wordt teruggegooid, lijden vissen enorm. Hun mond wordt doorboord met een scherpe metalen haak. Ze worden uit het water getrokken en komen in een omgeving waar ze niet kunnen ademen of ze worden terug gegooid in het water, getraumatiseerd en soms met fatale verwondingen.
Als ze uit het water gerukt worden, beginnen vissen te stikken. Vaak klappen hun kieuwen in en scheurt hun zwemblaas vanwege de plotselinge verandering in druk. Dr. Donald Broom, een voormalig wetenschappelijk adviseur van de Britse overheid, zegt: “De wetenschappelijke literatuur is heel duidelijk. Anatomisch, fysiologisch en biologisch, het pijnsysteem bij vissen is nagenoeg hetzelfde als die van vogels en zoogdieren”.
Onderzoeken tonen aan dat vissen die terug in het water worden gegooid, lijden aan ernstige fysiologische stress waardoor ze vaak sterven door shock. Vissen slikken vaak haken in en vissers proberen soms de haak terug te krijgen door hun vingers of een tang in de keel van de vis te duwen, waardoor ze niet alleen de haak eruit trekken, maar ook delen van de keel en ingewanden van de vis. Als vissen aangeraakt worden, raakt de beschermende laag op hun lichaam verstoord. Deze en andere verwondingen zorgen ervoor dat vissen gemakkelijk doelwit worden voor roofdieren als ze weer terug in het water zijn. Tot 43 procent van de vissen die teruggegooid worden nadat ze gevangen zijn, sterven na zes dagen, volgens onderzoekers van de Oklahoma Department of Wildlife Conservation (peta.nl/onze-missie/vermaak/hengelsport-recreatieve-wreedheid).

Tot slot de opvatting van de sportvissers over pijn bij vissen.

‘Vissen zijn geen mensen. Op de vraag of vissen pijn ervaren, doen verschillende theorieën de ronde. Recente wetenschappelijke onderzoeken brengen licht in de duisternis: vissen ervaren pijn niet zoals mensen dat doen.
We kijken door een menselijke bril naar dieren; daar zijn we nu eenmaal mensen voor. Het is daarom begrijpelijk dat sommigen bij het zien van een gehaakte vis wellicht het gevoel krijgen dat een haak in een vissenbek hetzelfde aanvoelt als een haak in hun eigen lip. Toch is er een hemelsbreed verschil: mensen zijn zich bewust van pijn en vinden die onaangenaam. Vissen registeren de haak door middel van pijnreceptoren, maar zijn zich hier echter niet van bewust.
De reden hiervoor is dat vissen door de afwezigheid van hogere hersenstructuren – die een mens in staat stellen subjectief pijn te ervaren en hierbij sociale emoties te hebben – geen bewustzijn kennen zoals mensen dat hebben. Vissen kunnen dus niet bewust lijden door een pijnprikkel’ (sportvisserijnederland.nl).

Hoe verzin je het.

 12/5/2020

DIERENRECHTEN

Dierenrechten in de middeleeuwen

 

Varkens, koeien, kippen en andere landbouwdieren hebben een zeer onnatuurlijke levenswijze. Veel komen nooit buiten en vrijwel allemaal sterven ze een vroege dood. De boeren houden ze enkel voor hun melk, vlees, wol of eieren, ze zijn productiemiddel.

Wetten

Dit lijkt haaks te staan op de Wet Dieren, die op 1 januari 2013 is ingegaan.
In de wet wordt de ‘intrinsieke waarde’ van het dier erkend. Een dier heeft zijn eigen waarde, het zijn wezens met gevoel, zegt de wet. Wat inhoudt dat ‘inbreuk op zijn integriteit of welzijn’ niet mag. Dan volgt een cryptische toevoeging dat de inbreuk ‘verder dan redelijkerwijs noodzakelijk’ voorkomen moet worden. Hoe bedoelt u? Het volgende zinsdeel lijkt duidelijker: de zorg voor dieren moet ‘redelijkerwijs’ zijn verzekerd.
Weer redelijkerwijs. Er zit dus rek in de inbreuk en de zorg. Dat moet ook wel, hoe kun je anders dieren houden voor de slacht en de productie van melk of eieren. Of massaal vissen uit de zee halen.
Over dierenmishandeling is de wet ook duidelijk: mag niet, zonder redelijk doel. Maar wat zou met het laatste bedoeld worden? Vivisectie?
Nog een mooie. Je mag geen dieren gebruiken voor de productie van dierlijke producten. Maar gelukkig voor de veeboeren en de vleeseters: bij algemene maatregel van bestuur worden hierop uitzonderingen gemaakt.
Tenslotte mogen dieren volgens deze wet niet gedood worden. Behalve als het gaat om bedrijfsmatige productie van dierlijke producten en (weer) door een algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen.
Veeboeren, vissers, slachters en jagers hoeven zich geen zorgen te maken. Als ze het maar een beetje netjes houden.
Tet slot hebben we in Nederland nog de Wet Natuurbescherming, die op 1-1-2017 in werking ging. Hierin ook bepalingen over omgang met dieren, die vooral betrekking hebben op in het wild levende dieren.

Grondwet

Veel organisaties willen dat dierenrechten worden opgenomen in de Grondwet.
De bekendste zijn Animal Rights en PETA, en, in Nederland, de Partij voor de Dieren en de PVV. Ook GroenLinks was ooit voor en heeft in 2005 een wetsvoorstel in de Tweede Kamer ingediend. De Raad van State was positief, maar tot behandeling is het niet gekomen. Waarschijnlijk door gebrek aan steun in de Kamer. GroenLinks heeft het voorstel ingetrokken. De SP wil niet verder gaan dan een zorgplicht in de Grondwet op te nemen.
Op rechts hoor je D66,  CDA en VVD niet over (grond)rechten voor dieren. Daar gaat het alleen om goede zorg, inperken van transport en – vooruit – niet (te veel) tegen het milieu ingaan. Vooral de zogenaamd christelijke partijen stellen erg teleur. Geen echte compassie voor dieren, alleen oog voor het economisch belang van boeren en verwante ondernemers.

In 1978 bracht de Internationale Liga voor Dierenrechten de ‘Proclamatie van de rechten van het dier’ uit. De proclamatie zegt over ‘landbouwhuisdieren’, dat deze recht hebben op leven en groei volgens hun eigen tempo en dat ze niet uit winstbejag anders mogen worden behandeld. Massaal doden van dieren is, vindt de Liga, een misdaad tegen de soort en dus genocide.

Teleurstellend vind ik de opvatting van Amnesty International: “De pogingen tot formulering van dierenrechten laten de beperkingen van het beginsel van recht zien. In werkelijkheid kunnen aan dieren geen ‘rechten’ worden toegekend: dieren hebben niet de geestelijke vermogens die nodig zijn om als rechtspersoon op te treden.”
Dit lijkt me onzin. Dat een dier niet als rechtspersoon kan optreden, hoeft niet te betekenen dat het geen rechten heeft. Een baby of een demente is ook niet in staat op te treden in een rechtszaak, maar hij/zij heeft wel degelijk rechten.

Literatuur

Belangrijke mensen van de Animal Rights beweging zijn Peter Singer en Tom Regan.
In 1975 kwam de Australische filosoof Peter Singer met zijn boek ‘Animal Liberation’, een ‘vlammend protest’ tegen het onrecht in veeteelt en laboratoria. Kort gezegd komt het er op neer, dat dieren net als mensen pijn en genot kunnen ervaren, dat ze belangen hebben en dat we daarmee rekening moeten houden net als we dat met mensen doen. Het argument dat ze niet kunnen praten, vindt hij niet opgaan. Tom Regan, Amerikaans filosoof, is een tegenstander van ieder gebruik van dieren. Hij werd al werkend aan zijn boek ‘The Case for Animal Rights’ (1983) een ‘abolitionist’, in voorgaande eeuwen een voorstander van afschaffing van de slavernij. Regan vindt dat elk dier ‘inherente’ waarde (vergelijk de term ‘intrinsieke waarde’ in de Wet Dieren) heeft, wat tot consequentie heeft dat het bescherming verdient. (Uit: Laura Brokken’s masterscriptie ‘Dierenrechten en intensieve veehouderij‘, 2010).
De vergelijking met de strijd tegen de slavernij en ook met de vrouwenemancipatie wordt vaker gemaakt, onder anderen door Marianne Thieme in ‘Groeiend Verzet’, (2019). Zij denkt dat de strijd voor de dieren net zo’n moeizaam proces is, met veel onbegrip en tegenstand. Het is inderdaad zo, dat de meeste mensen vlees blijven eten, vorig jaar zelfs meer dan het jaar ervoor. Veeboeren moet je helemaal niet aankomen met dierenrechten, voor hen is het doden en slachten van dieren ‘normaal’. Getuige onder meer hun protesten tegen de bezetting van een varkenshouderij in Boxtel.
Maar Thieme is optimistisch, ook de slaven en de vrouwen werden uiteindelijk bevrijd. Hoewel er ook in deze zaken nog veel te doen valt.

Wie meent dat dieren geen rechten hebben, omdat ze geen taal hebben, moet Eva Meijer’s boek ‘Dierentalen’ (2016) lezen. Aan de hand van veel onderzoek laat zij zien, dat dieren wel degelijk over communicatiemiddelen, oftewel taal, beschikken.
Olifanten hebben een woord voor ‘mens’, wat – hoe  is het mogelijk - gevaar betekent. Ze hebben zelfbewustzijn, blijkt uit testen met spiegels. Prairiehonden waarschuwen elkaar als er mensen in de buurt zijn, die ze zelfs beschrijven. Dolfijnen noemen elkaar bij naam. Talen van walvissen, inktvissen, bijen (bijendans!) en veel vogels hebben een grammatica. Onderzoekers hebben apen woorden geleerd, die ze (de apen) ook nog eens begrepen.
Ik heb ooit een kip gehad, die me heel goed kon duidelijk maken wat ze wou, meestal eten of op mijn schouder zitten. Met mijn katten wissel ik altijd uitvoerig van gedachten. De taal van dieren is anders dan van mensen, maar bestaat. Ook koeien, varkens en geiten communiceren met elkaar. Het argument, dat veel dieren geen verstand en taal hebben en dat we ze daarom op mogen eten, gaat niet op.

Janneke Vink, in 2019 gepromoveerd op het proefschrift ‘The Open Society and its Animals’, noemt drie redenen om dierenrechten op te nemen in de Grondwet:
1. de overheid oefent macht over dieren uit en ze leven op het grondgebied van de staat. Hierdoor maken ze net als wij onderdeel uit van het volk.
2. we kennen individuen rechten toe omdat ze belangen hebben. Dieren hebben evengoed belangen: ze willen immers, net als wij, niet gemarteld of vermoord worden.
3. het komt ons rechtssysteem ten goede. Ons recht staat nu ver af van hoe de wereld in elkaar zit. Het lijkt alsof wij goden op aarde zijn, terwijl dieren dezelfde grondwettelijke status hebben als een wc-rol of een gebouw, namelijk geen.
Zij noemt de veehouderij in zijn huidige vorm een schandvlek op onze beschaving (Volkskrant, 21-10-19).

En zo is het!

25/3/20

Toevoeging
Vandaag, 11 april 2020, staat er in Trouw een artikel over het onderzoek dat de taalkundige Leonie Cornips doet naar taal bij koeien: 'Koeien die groeten? Zeker weten'. Zij vraagt zich af of we onze relatie met dieren niet grondig moeten herzien. 

De veeboer als crimineel 3

 

KIPPEN

Ik heb ooit een oppas-kip gehad, ze woonde een half  jaar bij mij. Ik heb veel van Kip geleerd. Bijvoorbeeld dat een kip een heel sociaal dier is, die voortdurend gezelschap zoekt. Was het niet bij mij dan bij Liesje, mijn kat, die overigens wat minder sociaal was voor de kip. Kip scharrelde de hele dag rond, in huis of buiten. Ze was de baas over de kat, ze at eerst van het kattenvoer, daarna mijn kat, die ‘geduldig’ zat te wachten. Ik hield hele gesprekken met haar, ik denk dat we elkaar niet altijd begrepen, maar we hadden overduidelijk contact. Ze deed altijd heel opgewonden als ik thuis kwam. Kip kon ook bang zijn, met name als er vreemde katten in mijn tuintje kwamen. Kippen leven van nature in kleine groepen in het bos. Ze slapen in de bomen. Kip sliep soms in de klimop. Een vreemd gezicht toen ik dat de eerste keer zag. ’s Ochtends vond ze het blijkbaar nodig bij gebrek aan een haan de hele buurt wakker te kraaien. Een wat minder trekje van haar.

Hoe anders gaat het toe in de stallen van de kippenindustrie.
In pakweg 1400 pluimveebedrijven verblijven 105 miljoen kippen, waaronder 57 miljoen vleeskuikens en 47 miljoen leghennen (cijfers 2017). Op de 509 bedrijven met vleeskuikens waren dat gemiddeld 86.000 per bedrijf.
De site www.kipinnederland.nl vermeldt dat fok- en vermeerderingsbedrijven en broerderijen zorgen voor het uitbroeden van eieren. De kuikens gaan daarna naar vleeskuikenbedrijven. Eufemistische meldt de site dat de kuikens ‘aan het eind van hun leven’ geslacht worden. Slachten gebeurt voornamelijk in 16 grote kippenslachterijen. Per jaar 620 miljoen (vlees)kippen.
Dat levert 1,1 miljoen ton pluimveevlees, de sector importeert 0,7 ton en exporteert 1,7 miljoen ton. Per saldo is er voor binnenlandse consumptie 0,1 miljoen ton. Boeren roepen nogal eens dat er zonder hen geen voedsel is, maar wat kippen betreft zouden ze met 10% van de productie kunnen volstaan. Per hoofd van de bevolking eten we 22,8 kg kip en 210 eieren (inclusief eieren verwerkt in recepten) per jaar.

Ik heb het volgende sterk ingekort overgenomen van de site van Animal Rights.

 

VLEESKIPPEN

In Nederland zijn ruim 48 miljoen vleeskippen. Op jaarbasis worden hier meer dan 600 miljoen vleeskuikens geslacht.
Het massale aanbod aan 'kippenvlees' in onze supermarkten is afkomstig van stevig uit de kluiten gewassen kuikens. Het gaat om vlees van speciaal gefokte kippenrassen die als eigenschappen een snelle groei en veel borstvlees (kipfilet) hebben. Met proteïnerijke voeding worden broedkuikentjes in amper zes weken tijd vetgemest tot slachtrijpe kippen van meer dan twee kilogram. Het korte leven van deze dieren is een aaneenschakeling van pijnlijke welzijns- en gezondheidsproblemen.

De productie van kippenvlees begint in vermeerderingsbedrijven. Hanen en hennen leven daar met duizenden samen in van buitenlicht- en lucht afgesloten schuren. De bevruchte eieren zijn bestemd voor broederijen om uitgebroed te worden in broedkasten. Dat duurt ongeveer 21 dagen. De uitgebroede kuikens worden gesorteerd en gekeurd. Dieren die te klein zijn of afwijkingen vertonen worden gedood.
Vandaaruit gaan de eendagskuikens naar vleeskuikenhouders. Ze komen in een grote kale schuur met wat strooisel op de vloer en automatische voeder- en watersystemen. De stallen blijven permanent afgesloten, de verluchting gebeurt via ventilatiesystemen. Het slaap- en waakritme van de kuikens wordt bepaald door verlichtingssystemen. Om de groeisnelheid op te drijven, worden de lichten zoveel mogelijk aangelaten. In een week of zes groeien de kuikens tot kippen van meer dan 2 kg.
De bezettingsgraad van een stal wordt – merkwaardigerwijs - uitgedrukt in ‘kilogram per vierkante meter’. De maximaal bezettingsgraad is 42 kg per m2. Tegen het einde van de groeicyclus zitten er ongeveer 21 kippen per m2 in de stal. In de hedendaagse stallen is plaats voor duizenden dieren. Vanaf 220.000 vleeskuikens spreekt men van een megastal.

GROEIEN!
De kuikens krijgen speciaal voer om snel te groeien. Al gauw kunnen ze niet meer scharrelen en fladderen door gebrek aan ruimte en lichamelijke gebreken. Het gedwongen samenleven met honderden soortgenoten verstoort het sociale gedrag van de dieren. Een pikorde is niet mogelijk en dit veroorzaakt stress.
Tegen de derde week is driekwart van de kuikens niet meer in staat om normaal te lopen. Veel dieren hebben chronische pijn aan poten en gewrichten. Ze bewegen steeds minder en blijven steeds langer in het natte strooisel liggen dat met uitwerpselen bevuild is. Daarnaast hebben veel kuikens buikzucht en vocht rond de organen maakt ademhalen zeer moeilijk. Bijna 50% lijdt aan tibiale dyschondroplasie (een niet doorbloede groeischijf aan de bovenzijde van het scheenbeen, veroorzaakt door te snelle groei. Praktijkonderzoek Veehouderij – Pluimvee, april 2001).
Tegen de vierde week hebben ook de inwendige organen zwaar te lijden onder het hoge groeitempo. Een deel van de kuikens bezwijkt door aandoeningen aan hun hart, darmen en luchtwegen. Sommige kuikens vallen plots dood. Andere stikken als gevolg van buikzucht, het vocht rond de organen maakt ademen onmogelijk.
Tegen de veertigste dag beweegt een kwart van de dieren slecht en sommigen helemaal niet meer. De dieren liggen passief op het strooisel dat nat en vuil is van de uitwerpselen. De bijtende ammoniak veroorzaakt borstblaren, pootaandoeningen zoals voetzoollaesies en brandhakken, zweren en zwartbruine verkleuringen aan de poten, irritaties aan ogen en luchtwegen.

Volgens de wet moeten fokkers hun vleeskuikens minimaal twee keer per dag inspecteren. Zieke of gewonde dieren moeten een passende behandeling krijgen of onmiddellijk worden gedood. Maar de door de groepsgrootte zijn deze controles niet goed mogelijk. Zieke en zwakke dieren kunnen lang blijven zitten zonder gepaste zorg, of sterven zonder dat iemand iets in de gaten heeft.

SLACHT
Als de vleeskuikens een gewicht van 2 à 2,5 kg hebben, moeten ze naar het slachthuis. Gespecialiseerde bedrijven halen ze uit de stallen. Het ‘ruimen’ gebeurt meestal ‘s nachts. Volgens de wet moeten de kippen “in een rustig tempo zorgvuldig in de containers geladen worden, niet stoten tegen containerranden of dieren te vroeg loslaten, geen dieren op de rug in de containers, geen beklemde dieren, etc.”.
In de praktijk komt hier weinig van terecht. Een ploeg arbeiders moet duizenden kippen vangen en in kratten stoppen. Uitputtend nachtwerk, in een moordend tempo. ‘Dierenwelzijn’ is wel het laatste waar bij een ruiming naar gekeken wordt. De kippen worden met bosjes bij elkaar gegraaid en aan de poten naar de klaarstaande transportbakken gesleurd. De stal krijgt een grote schoonmaakbeurt en wordt na een tweetal weken gevuld met nieuwe kuikens. Naast het handmatig vangen van kippen, bestaan er ook vangmachines.
Het eindstation voor de kippen is het slachthuis. In de Nederlandse pluimveeslachterijen wordt steeds meer gebruik gemaakt van gasverdoving voor het slachten. In industriële kippenslachthuizen kunnen ruim 9.000 kippen per uur gedood worden, dat zijn er ongeveer 150 per minuut.

In de biologische sector worden ‘traaggroeiende’ vleeskippenrassen gebruikt. Biokippen bereiken het gewenste slachtgewicht na 81 dagen, dat is 11,5 weken. Dat is nog altijd een waanzinnig hoog groeitempo. Ter vergelijking: een legkip is volgroeid na 18 weken.
In een biokippenstal worden een tiental kippen per vierkante meter gehouden. De dieren kunnen ook naar buiten, waarbij de bezettingsgraad van de buitenloop 4 kippen per m2 is. De groepsgrootte in een biostal is beperkt tot 4800 kippen, wat nog steeds veel te veel is om een natuurlijke pikorde te realiseren. Tegen de tijd dat de biokippen ‘slachtrijp’ zijn heeft een op de tien last van hakdermatitis (brandhak) en loopt 25% kreupel. Het ruimen van de stal, het transport naar het slachthuis, en het slachten verloopt bij biokippen op precies dezelfde manier als bij reguliere vleeskippen.

LEGHENNEN

Welzijnsproblemen komen voor in de gehele leghennensector of het nu gaat om een kooi, scharrel of vrije uitloopkip. Van elke kip wordt een flinke prestatie verwacht: ze moeten maar liefst 320 eieren leggen in 13 à 17 maanden tijd. Daarna zijn de leghennen opgebruikt en worden ze in kratten gepropt en vervoerd naar het slachthuis. Zie hier het leven van meer dan 46 miljoen Nederlandse legkippen in de veehouderij.

Het grootste deel van de leghennen legt eieren voor menselijke consumptie. Deze hennen worden 'geproduceerd' in gespecialiseerde vermeerderingsbedrijven. In Nederland leggen ongeveer anderhalf miljoen moederdieren eieren waar leghennen uit geboren worden.|De eieren worden kunstmatig uitgebroed in broederijen. De haantjes zijn nutteloos en worden direct gedood. De legkippen worden vervoerd naar een opfokbedrijf. Hier wordt de legkip in vier maanden tijd volwassen. Vervolgens verhuizen ze naar een legbedrijf.
Een volledige groep hennen wordt aangekocht bij een opfokbedrijf. De dieren beginnen samen aan een productieronde in de legstal. Zo’n groep hennen heet een 'leghenkoppel’. Als de kippen ongeveer 17 maanden oud zijn, daalt de eierproductie van de kippen en bijgevolg ook de winst voor de fokker. De stal wordt geruimd. Het volledige leghenkoppel gaat naar het slachthuis. De stal staat een twee weken leeg voor reiniging en ontsmetting. Vervolgens komt er een nieuw leghenkoppel.

LEEFRUIMTE
Op de legbedrijven verblijven de kippen in kooisystemen of in ‘alternatieve systemen’.
In een kooisysteem met zogeheten verrijkte kooien krijgt een leghen 750 cm2 leefruimte. Een ‘verbetering’ is 'koloniehuisvesting' met een oppervlakte van 900 cm², nog altijd minder dan twee A4’tjes per kip. In de kooi zitten dan 30 tot 60 hennen. In koloniehuisvesting hebben leghennen ook zitstokken, wat strooisel en rubberen legnesten, waar het ei doorheen valt en zo op een afvoerband terecht komt. Na 2021 zijn in Nederland alleen koloniekooien toegestaan.
Alternatieve systemen zijn er voor zogeheten scharrelkippen. Deze brengen hun leven door in van de buitenwereld afgesloten ruimtes. De dieren worden ook in grote groepen gehouden met wat meer ruimte: 1111 cm2 leefruimte per dier. De dieren hebben nesten, zitstokken en een scharrelruimte met strooisel. Frisse buitenlucht of natuurlijk daglicht behoort niet tot hun leefwereld.
Bij de indoor-stalsystemen kan er een uitloop naar buiten zijn. Dit wordt dan duidelijk op de verpakking van de eieren aangegeven: 'vrije uitloop'. De uitloop kan aantrekkelijker gemaakt worden voor de hennen met begroeiing in de vorm van struiken, bomen of planten. Kippen zijn prooidieren en voelen zich veiliger als ze kunnen 'schuilen' in de begroeiing.

In de biologische leghennenhouderij heeft de stal één of meer niveaus, vergelijkbaar met scharrel- of volièresystemen. Er zijn legnesten, zitstokken en strooisel. In de bio-stal moet natuurlijke ventilatie en daglicht zijn. Een bio-kip krijgt 1666 cm2 leefruimte in de stal, en is er een uitloop van 4 m2 per dier. De uitloop moet voorzien zijn van voldoende vegetatie en schuilplekken. De hennen krijgen er acht uur per dag vrije uitloop. Maar als de eierproductie van de bio-hennen afneemt, gaan ook zij naar het slachthuis.

Ruim 84% van de Nederlandse leghennen is gehuisvest in ‘alternatieve systemen’. Ongeveer 20 miljoen kippen leven in gesloten ‘scharrelstallen’ of 'volièresystemen'. Vijf miljoen kippen beschikken over uitloop. 1 1/2 miljoen kippen leeft in bio-bedrijven. Ruim 6 miljoen Nederlandse leghennen zitten in kooien.

Een ruiming op het einde van een productieronde gaat gepaard met stress, beschadigingen en breuken. De hennen worden in kratten gestopt voor transport naar het slachthuis. Zo'n 8 miljoen afgedankte leghennen wordt geëxporteerd naar het buitenland. Volgens de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) worden jaarlijks 5,5 miljoen Nederlandse kippen naar Polen gebracht. Zo’n 2,5 miljoen kippen worden geslacht in Duitsland of Frankrijk.
Het vlees van opgebruikte leghennen is niet geschikt voor ‘gewone’ vleesconsumptie. De hennen worden geslacht om verwerkt te worden tot soepkip.

ZIEKTES
In de leghennensector bedraagt de gemiddelde uitval (sterfte van dieren) 8%. Dit wordt beschouwd als een 'normaal' verschijnsel.

Wormen veroorzaken maagdarm- en verteringsstoornissen.

  • Bloedluizen, ook bekend als 'rode vogelmijten', zuigen bloed bij de kip. Bloedluis veroorzaakt jeuk, verstoorde rust en bloedarmoede met verhoogde kans op sterfte. In Nederland is 94% van de leghenkoppels besmet met bloedluis.
  • Voet- en klauwproblemen zoals infecties, zwellingen, verzweringen aan de poten zijn veelvoorkomend bij legkippen.
  • Leghennen kunnen problemen ontwikkelen aan de reproductieorganen zoals eileiderontsteking, uitpuilen van eileider en cloaca, dikwijls gevolgd door buikvliesontstekingen.
  • Ze zijn ook vatbaar voor osteoporose (beenderbroosheid), veroorzaakt door voedingsonevenwicht, de hoge legfrequentie en de beperkte bewegingsmogelijkheden.
  • Een andere typische productieziekte is ‘Fatty liver haemorrhagic syndrome’ (FLHS).
  • Borstbeenbreuken komen veelvuldig voor. Meer dan 50% lijdt hieronder. Kippen met een borstbeenbreuk lijden pijn en zijn minder mobiel.
  • Gedragsproblemen als verenpikken en kannibalisme komen veelvuldig voor en zijn een belangrijke bron van ongerief (pijn, verwondingen, uitval). Deze gedragsproblemen komen in alle huisvestingssystemen voor. 'Verenpikken' wordt veroorzaakt door frustratie of stress. Verenpikken is abnormaal gedrag dat in de natuur niet voorkomt. Kannibalisme is het uitpikken en opeten van huidweefsel van andere kippen.
  • Pijnlijke snavelbehandelingen bij leghennen waren standaardmethode om verenpikken enigszins te verminderen. Voor de kippen tien dagen oud zijn, werd het puntje van hun snavel verwijderd, maar  dit is vanaf 2019 verboden.

 

(EENDAGS)HAANTJES

Mannelijke kuikens van leghenrassen hebben geen economisch nut, ze leggen immers geen eieren. Ze zijn ook niet rendabel voor hun vlees. Ze hebben een lagere groeisnelheid, ongunstiger vlees-bot verhouding en een lager aandeel borstvlees dan vleeskuikens.
De ‘afval-haantjes’ worden afgemaakt door middel van vergassing of versnippering, levend vermalen in een verhakselaar/versnipperaar. Dit mag volgens Europese richtlijnen. Voor vergassing is een broederij uitgerust met een CO2-kamer waarin de dieren in een vier minuten durend proces vermoord worden. Hoge concentraties CO2 lijden onvermijdelijk tot ondraaglijke ademnood, angst, hyperventilatie en extreme stress. Daarom ligt CO2 als verdovingsmiddel onder vuur bij de slacht van varkens en pluimvee.
Het doden van haantjes is standaardgebruik in de gehele eierindustrie, ook in de biologische sector. De cijfers zijn ronduit schokkend. Wereldwijd gaat het om vijf tot zeven miljard haankuikentjes per jaar (er circuleren diverse getallen, allen hallucinant hoog). Op Europees niveau worden jaarlijks 320 miljoen haantjes afgemaakt. In Nederland gaat het om 45 miljoen haantjes.

LEGHANENVLEES
Sommigen zien een oplossing in zogenaamde dubbeldoelkippen: rassen die redelijk veel eieren - 200 tot 250 per jaar - leggen én 'smakelijk' vlees opleveren zodat de haantjes kunnen worden vetgemest. Er zijn enkele initiatieven. De broertjes van de legkippen bij het Nederlandse bedrijf Kipster worden vijftien tot zeventien weken oud voor ze naar het slachthuis gaan. Ruud Zanders, directeur Kipster: “Als wij de broertjes van onze legkippen niet direct vergassen, maar grootbrengen om op te eten, dan geven we ze een functie in ons voedselsysteem. Per saldo hoeven er dan minder dieren gedood te worden voor onze vleesconsumptie, want een kilo van dit hanenvlees kan een kilo vlees van speciaal hiervoor gefokte dieren vervangen.”
Het biodynamische bedrijf Demeter startte het project Broederhanen, waarbij particulieren een ingevroren haan als geheel kunnen bestellen. Om het eten van mannelijke dieren populairder te maken lanceerde Bionext een campagne met de toepasselijke naam 'Man in de Pan’.
Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren diende in 2014 al een motie in voor een verbod op het doden van eendagshaantjes per 2018. Toenmalig staatssecretaris van Economische Zaken Sharon Dijksma vond het toen nog niet nodig om een wet voor te bereiden.

 

ANIMAL RIGHTS
Animal Rights ziet dieren als unieke, voelende individuen, niet als producten die 'economische rendabel' moeten zijn! Zij roept de mensen op om geen eieren te eten. Dat is de meest effectieve manier om dierenlevens te sparen van de eierindustrie.

Toch zou een verbod op vergassen (en versnipperen) welkom zijn. In zowel Nederland als België stuurde Animal Rights samen met andere dierenbelangenorganisaties een brandbrief naar de verantwoordelijk ministeries met het verzoek om het voorbeeld van Frankrijk en Zwitserland, waar dit verboden is, te volgen.

 8/4/20

De veeboer als crimineel 2

Ode aan het varken.
Foto: Groninger Gezinsbode

VARKENS

 

Nederlanders eten een dikke 36 kg varkensvlees per jaar. Dat is ongeveer 50 gram per volwassene per dag. Van alle vleesconsumptie is 63% varkensvlees.
Nederland exporteert 2/3 van zijn varkens en varkensproducten, dat is 2,5 keer de binnenlandse consumptie. De export gaat in Europa naar Italië, Duitsland, Griekenland en Groot-Brittannië, een derde gaat naar Aziatische landen.

Al dat vlees wordt geleverd door de 15 tot 16 miljoen varkens die jaarlijks worden geslacht. In totaal worden er volgens Boerenbusiness (juni 2018) meer dan 20 miljoen varkens gehouden in Nederland door om en nabij 3.500 varkenshouders. Hun aantal daalt, de afgelopen 5 jaar zijn gemiddeld elk jaar 274 varkensbedrijven gestopt. Maar het aantal varkens neemt toe, dus ook per bedrijf.

Het aantal varkens is volgens Varkens in Nood veel groter. Jaarlijks worden er 2,3 miljoen varkens meer gefokt dan volgens de officiële cijfers: de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) zegt dat er jaarlijks bijna 25 miljoen varkens worden geproduceerd. Volgens Varkens in Nood gaat het om minstens twee miljoen varkens meer. Het stelt dat er sprake is van een zwartgeldcircuit. Nederland telt ruim 930.000 moedervarkens. Het is bekend hoeveel biggen een varken elk jaar krijgt en hoeveel ervan doodgaan. Met die berekening komt Varkens in Nood uit op 27,3 miljoen varkens. Volgens varkenseconoom Robert Hoste van de Wageningen Universiteit klopt de berekening van de dierenwelzijnsorganisatie. "Het lijkt erop dat we 2,3 miljoen dieren meer produceren per jaar". Het Centrum Landbouw en Milieu onderschrijft dit. Zij zien echter geen bewijs dat de varkenssector fraudeert.
De belangenvereniging voor varkenshouderijen, POV, noemt de beschuldigen van Varkens in Nood  "klinkklare onzin" (RTLNieuws, 4-2-2019). De POV betwist de cijfers van het aantal zeugen waarmee de dierenrechtenorganisatie heeft gerekend. Dat moet veel lager zijn.

Nergens in Europa leven relatief gezien meer varkens dan in Nederland: per inwoner ongeveer 1,5 varken, uitgaande van de hoogst bekende cijfers.
De getallen variëren dus nogal wat, maar het is duidelijk dat het om enorme aantallen gaat. Boeren roepen de laatste tijd dat zij voor ons voedsel zorgen, maar van de varkens en het vlees gaat twee derde naar het buitenland.

De banken en met name de Rabobank hebben goede banden met sector, zoals met de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) en met Vitale Varkenshouderij (ViVa). De varkenshouderij heeft volgens de Rabobank voldoende perspectief, maar groei in Nederland is niet mogelijk doordat de omvang is gebonden aan productierechten. De bank heeft kennelijk wel zorg: voor de productie van varkensvlees in Nederland is draagvlak nodig (Rabobank, december 2019).
De overheid stuurt de sector met welzijnswetgeving mbt systemen (oppervlakte, ruimte), met milieuwetgeving mbt ammoniakemissie, geur en fijnstof en met varkensrechten.

Varkensbedrijven

Varkens in de bio-industrie hebben een miserabel leven, ze leven dicht op elkaar, komen nauwelijks of niet buiten en hebben ademhalingsziektes door de zure lucht in de schuren. Ze hebben vaak last van hun poten vanwege de harde en natte vloer. Voor het welzijn van varkens vindt het Voedingscentrum, dat ze naar buiten moeten kunnen, in de modder rollen, een strobed en voldoende bewegingsruimte hebben en dat ze leven in een groep. In de praktijk komt hier weinig van terecht.
De varkenshouders behoren tot de intensieve veehouderij. Per bedrijf zijn er steeds meer varkens, momenteel ligt het aantal vaak boven 4000. Onder een megastal wordt een stal verstaan met meer dan 1200 zeugen en 7500 vleesvarkens. Een vleesvarken van 85 tot 110 kg heeft wettelijk recht op 0,8 m2.

In een zogeheten vermeerderingsbedrijf leven alleen zeugen en biggen.
Een zeug wordt net als bij koeien bevrucht door kunstmatige inseminatie. In de regel moet het dier bevallen in een hok met vier hekken, waarin ze zich nauwelijks kan bewegen. Volgens de varkensboeren is dat nodig opdat ze niet op de biggen gaat liggen. De biggen blijven 3 tot 4 weken bij de zeug, daarna wordt ze na een kleine hersteltijd opnieuw geïnsemineerd. Een zeug produceert zo’n 90 biggen in drie jaar, daarna gaat ze naar de slacht. Een varken kan normaliter twintig jaar oud worden.

Mannelijke biggen worden gecastreerd om de zogenaamde berengeur van het vlees te voorkomen. Castreren moet sinds 2009 verdoofd, maar blijft erg stressvol voor de big. Castratie is vooral voor het exportvlees.
Staarten van biggen worden vaak geknipt. Dit is in 2008 al door de EU verboden, maar minister Schouten wil het per 2030 uitbannen, meldde ze in een brief in september 2019 aan de Tweede Kamer. Met andere woorden het gebeurt nog steeds. Varkenshouders knippen de staarten direct na de geboorte om bijten te voorkomen. Biggen doen dit uit verveling. Een verbod heeft als consequentie dat de biggen op stro moeten leven, en meer speelgelegenheid en ruimte moeten krijgen. En dat kost geld.
De biggen gaan na 10 weken naar de vleesvarkensbedrijven, voor zover ze niet op het vermeerderingsbedrijf worden vet gemest.
Na zes maanden zijn ze voldoende gegroeid om geslacht te worden in een Nederlandse of buitenlandse slachterij. In het laatste geval moeten de biggen op een lang transport. Het transport gebeurt in vrachtauto’s waar de dieren dicht opeen worden gezet.

Ook de varkenshouderij is milieubelastend, vanwege het voer, de mest en het transport. Voor een kilo varkensvlees is tussen 3 en 5 kilo voer nodig, dat voor het grootste deel uit de veevoederindustrie komt. Een deel komt uit Brazilië en Argentinië en leidt daar tot ontbossing. 10% is afkomstig  van soja. De levensmiddelenindustrie levert zo’n 65% van zijn restproducten. Maïs dient ook als voer voor varkens.
De mest is een groot probleem door verzuring van grond, lucht en grondwater en vanwege de broeikasgassen. Daar komt het recente stikstofprobleem bij in de buurt van natuurgebieden.

De slacht

Bij de slacht gaat het weinig zachtzinnig toe. De varkens (biggen) worden uit de vrachtauto’s gedreven naar het voorportaal van de slachterij. Volgens Vlees.nl om daar tot rust te komen.
Daarna worden ze met een elektrische tang, een schietmasker of met CO2 verdoofd. Vooral de laatste methode is erg stressvol. Daarna hangen de slachters ze aan hun achterpoten op en steken ze (keel doorsnijden).
Het  komt nogal eens voor dat de dieren bijkomen voor het doodsteken. En dus nog bij vol bewustzijn zijn als ze worden gekeeld en de slacht begint.
De onderzoeksorganisatie naar slachtpraktijken Ongehoord heeft hiervan beelden op internet gezet. Overigens onthulden de beelden eveneens dat ook dierenartsen, controleurs van de NVWA,  zich schuldig maken aan het slaan van varkens in de slachterijen.
Varkens in Nood publiceerde in 2015 het rapport ‘120 misstanden in de Nederlandse varkenshouderij anno 2015’, een verslag van alle misstanden in de gangbare (niet biologische) varkenshouderij. Veel is er sindsdien niet veranderd.

Naast de al of niet slechte behandeling, varkens worden vroegtijdig gedood en geslacht, wat naar mijn idee indruist tegen de Wet Dieren. Enige consideratie met het dier is er niet, het varken dient enkel het verdienen van de varkensboer en  andere betrokkenen. En het genoegen van de consument.
PigBusiness, het vakblad van de varkenshouderij, ‘voorziet varkenshouders van diepgaande en kwalitatief hoogwaardige artikelen, die de kennis verruimen, de ondernemersvisie aanscherpen en meer inzicht geven in de actuele en toekomstige ontwikkelingen …’. Over de ethische kant hoor je  ze nooit.

Stalbranden

In 2018 zijn bijna 122.000 dieren omgekomen door een stalbrand. Er waren 20 branden met dode dieren, waarvan 9 in pluimveestallen, aldus Wakker Dier. De afgelopen 10 jaar stierven in totaal 1,5 miljoen dieren door brand. Naast zo’n 6.500 varkens,  gingen daarbij 114.000 kippen en 800 runderen, vooral kalveren, in vlammen op.
Minister Schouten wil vergaande maatregelen niet verplicht stellen vanwege de hoge kosten voor boeren. Bovendien noemde ze de kans op brand niet groot. Zij ziet het vooral in informatievoorziening. Wakker Dier vindt het ‘onbegrijpelijk’ dat zij niet met wettelijke maatregelen komt. Het wil dat de minister onder meer muren met brandwerend materiaal, vluchtmogelijkheden, goede blusvoorzieningen en brandmelders verplicht.

22/3/20

De veeboer als crimineel 1

Een kalf in zijn iglo

Ik wil het over de veeboeren hebben. Zij behoren mijns inziens, met de vissers en jagers, tot de grootste criminelen van Nederland. Zij zijn (mede)verantwoordelijk voor de 600 miljoen dieren die jaarlijks worden geslacht.

Een staatje: Aantal slachtingen 2017 (cbs.nl, 18-12-2018)

Runderen

2.158.000

Varkens

15.169.000

Schapen

536.900

Geiten

136.900

Eenhoevigen (paarden)

2.500

Vleeskuikens

604.471.600

Overige kippen

17.181.100

Kalkoenen

900

Overig pluimvee

5.100

Totaal aantal dieren

639.662.000

  

 

RUNDEREN

 

 Kalveren

Wil een koe melkgeven moet zij eerst een jong krijgen, zoals dat bij alle zoogdieren het geval is. Ieder jaar brengt een koe een kalf ter wereld, dat de boer direct of na een paar dagen bij het moederdier weghaalt. De boer (voor het gemak spreek ik van ‘hij’, maar het kan evengoed een ‘zij’ zijn) stopt het kalfje in een eenling-box, ook wel kalveriglo genoemd. Pasgeboren kalveren worden niet bij elkaar gezet, omdat ze nauwelijks weerstand hebben tegen infecties en boeren bang zijn voor besmettingen. Ze krijgen geen (volledige) moedermelk die goed zou zijn voor hun weerstand.

Na twee weken gaat 70% van de kalveren naar een kalvermesterij: alle stierkalfjes en zo’n 20% van de koekalfjes. De kalvermester houdt ze nog zes weken apart. Daarna zet hij ze in groepen bij elkaar. Ze hebben dan wel wat meer ruimte, maar veel spelen is er niet bij, ook omdat de vloer vaak glibberig is door de roosters waarop ze leven. Ze worden vet gemest en na zes maanden zet de kalvermester ze op transport naar het slachthuis.

Transport
Transport vindt onder vrijwel alle omstandigheden plaats, hoewel er nu Europese regels zijn dat dit niet mag bij een temperatuur boven 35ᵒC en beneden -10ᵒC. Boven 27ᵒC moet de transporteur extra maatregelen nemen, zoals 10% minder dieren in de vrachtauto, ventileren en water geven.
De mensen die de dieren vervoeren of laden en lossen moeten een certificaat hebben voor de correcte omgang met dieren. Het Nederlandse bedrijfsleven stelt aanvullende eisen en wil die onderbrengen bij de wettelijke regelingen (IKB, Integrale Keten Beheersing).

De kalversector vindt dat er per jaar ongeveer 1,5 miljoen kalveren nodig zijn. Meer dan de helft daarvan wordt geïmporteerd uit het buitenland: Duitsland, België, Ierland, Baltische landen. Dat brengt weer stressvolle en vaak lange transporten mee voor de kalveren. De Dierenbescherming en Beter-Leven-Vleeskalverhouderij-1-ster pleiten overigens voor geen langere transporten dan 8 uur.

Vanaf 1 januari 2020 vinden alle kalvertransporten voor het Beter Leven keurmerk plaats in klimaat-gestuurde wagens, een gesloten wagen met een constant klimaat. Netwerk Grondig (organisatie van melkveehouders en kalvermesters) wil de import stoppen, omdat die hen te veel concurrentie aan doet. Vee&Logistiek (handel en transport) denkt daar heel anders over. Een belangenstrijd.

In Nederland zijn ruim 2000 kalverhouderijen. Ze zijn samen de grootste van Europa. De VanDrie Group is zelfs wereldmarktleider, met meer dan 25 bedrijven van kalfsmesterijen tot slachterijen. Meer dan 95% van het kalfsvlees exporteert het bedrijf over de hele wereld, het voorziet in een derde van de Europese vraag.
Overigens gaan veel kalveren naar slachterijen in het buitenland omdat slachten er goedkoper is.

Rosé en wit vlees
Bij de slager en in de supermarkt kan de consument kiezen uit blank en rosé kalfsvlees. Blank vlees verkrijgt de mester door een dieet met weinig ijzer en vezel. De kalfjes krijgen dan lichte bloedarmoede waardoor het vlees lichtroze is. Rosékalveren krijgen wat betere voeding. De meeste Nederlandse supermarkten verkopen blank kalfsvlees met één Beter-Leven-ster van de Dierenbescherming. De betreffende kalveren hebben iets beter te eten gehad, maar ook deze hebben bloedarmoede.

Het meeste kalfsvlees gaat naar het buitenland, met name naar landen in midden en zuid Europa, Amerika en China. De export kost anderhalf miljoen kalveren elk jaar het leven.
In 2016 stond Amerika na een boycot van twintig jaar (destijds door een handelsoorlog, ook al, en de gekke koeienziekte) de import van kalfsvlees weer toe. Bij de afvaart van het eerste schip uit Rotterdam met kalfsvlees stonden een eurocommissaris en een staatssecretaris het uit te zwaaien. Men was blij!

De slacht
In het slachthuis doodt men de dieren in twee fases, bedwelmen en steken. Men bedwelmt kalveren op twee manieren: met een schietmasker, waarbij een ijzeren pin in het hoofd wordt geschoten, of met een tang, die aan beide zijden van de kop een elektrische schok door de hersenen jaagt. Daarna hangt men de dieren aan hun achterpoten op en snijdt men de halsslagaders door, waardoor het kalf doodbloedt, dit is het steken. Daarna begint het eigenlijke slachten.
Het is de bedoeling dat het dier van het steken niks voelt, maar volgens de Dierenbescherming gaat dat nogal eens mis en komt het dier weer bij bewustzijn na het bedwelmen.
Volgens joodse en islamitische riten moet het dier onverdoofd zijn als de keel wordt doorgesneden. De Partij voor de Dieren probeert al jaren dit bij wet te laten verbieden.

Biologisch 
De familie Boon heeft een biologische kalvermesterij in Barneveld. Het gaat daar anders toe dan in de gangbare mesterijen. De kalveren hebben minstens twee keer meer ruimte, leven op stro en strooisel, kunnen uitlopen en krijgen betere voeding. Ze hebben geen bloedarmoede en leveren rosé kalfsvlees, dat voornamelijk naar restaurants en speciale slagerijen gaat. Ze komen van biologische melkveebedrijven, die overigens meer biologische mesterijen willen, maar de afzetmarkt voor het vlees van hun kalveren is beperkt. De kalveren komen twee weken na de geboorte naar het bedrijf van Boon. Voor ze een jaar oud zijn worden ze geslacht, daarna is het vlees geen kalfsvlees meer. Het slachten gebeurt in een slachthuis op dezelfde manier als bij andere kalveren. Per jaar worden er 1500 tot 2000 kalveren geslacht.

Een ander biologisch bedrijf is Groothedde in Vaassen, die het vlees van ossen, die als stierkalveren naar Natuurboeren zijn gegaan, op de markt brengt. Dit zijn bij de slacht overigens geen kalveren meer, ze zijn dan tot drie-en-een-half jaar oud. Ook hier gaat het om zo’n 2000 dieren.

Ook de biologische kalverhouders slachten uiteindelijk hun dieren.

 

Koeien

Zoals hierboven al gemeld:  een melkkoe krijgt eens per jaar een kalf. Plezier van seks komt er niet aan te pas, koeien worden  geïnsemineerd. Er zijn een stuk of tien organisaties in Nederland die zich met het fokken bezig houden van stieren, met als doel het beste nageslacht te leveren. Van de 600 stieren die elk jaar worden getest, is 1 op de 25 goed genoeg, de rest gaat vroegtijdig naar de slager.
Na zo’n 40 weken kalft de koe en begint de melkproductie van gemiddeld 25 liter per dag tot meer dan 10.000 liter per jaar. Het kalf krijgt hier hooguit een slap aftreksel van, normaal zogen is er niet bij. De koemelk is voor de mens, die die in feite helemaal niet nodig heeft.
Dat gaat zo’n vijf à zes jaar door, daarna zet de boer zijn koeien op transport naar het slachthuis. Een koe levert dan niet meer voldoende melk of is minder vruchtbaar. Normaliter kan een koe 20 tot 25 jaar oud worden.

De wei
In Nederland hebben we ongeveer 1,7 miljoen melkkoeien (2017). Een koe eet 70 kilo gras per dag en drinkt daarbij 80 tot 100 liter water (in de zomer tot 150 liter). De Dierenbescherming wil dat koeien minstens 120 dagen per jaar in de wei staan, maar meer dan een kwart van de koeien komt nooit buiten. Met andere woorden veel koeien zijn het hele jaar opgesloten en zien weinig daglicht.
Het grasland bestaat grotendeels uit Engels raai gras, weilanden zien er tegenwoordig uit als een eentonige groene vlakte. Op Boerderij.nl kom je wel wat discussie tegen over meer kruidenrijke weiden, maar veel komt daar in de praktijk niet van terecht. Hoewel het beter voor insecten én koeien is. Bedrijven als A-Ware en Albert Heijn vragen van de melkveehouders om 10% van het grasland kruidenrijk te maken. Koeien die altijd binnen zijn, krijgen gemaaid gras en ander veevoer. Driekwart van de grondstoffen ervoor komt uit het buitenland, vaak ten koste van bossen: Noord en Zuid Amerika, Frankrijk, Polen, Oekraïne, Rusland, Thailand, de Filippijnen.

Voer
De aanvoer komt met grote zeeschepen naar de haven van Rotterdam en gaat vandaar meestal per binnenschip naar diervoederfabrieken. Vrachtwagens brengen het naar de boerderij. De kosten voor het milieu die al dit transport met zich meebrengt worden nauwelijks door berekend in de prijs. Belasting van diesel voor de scheepvaart is, net als bij de luchtvaart, buiten de akkoorden van Parijs gehouden. Koeien produceren nogal wat broeikasgassen: methaan, kooldioxide, en lachgas.

De slacht
Een koe wordt op dezelfde manier gedood voor de slacht als een kalf.

 2/3/20

Wordt vervolgd. De volgende keer over varkens en de wet.

Opinie: 'Henk Bleker, waar is je medeleven met dieren?'

Dit artikel stond in het Dagblad van het Noorden op 1-11-2019

In de veehouderij gaat het wel over dierenwelzijn, maar nooit of het ethisch is dieren te doden voor het welbevinden van de mens. Terwijl er toch ooit een wet is aangenomen die stelt dat dieren een intrinsieke waarde hebben. Open brief aan Henk Bleker.

 

Beste Henk,

Wij hebben elkaar een jaar of tien geleden regelmatig gesproken over de plannen voor de zuidelijke ringweg in Groningen. Jij was toen gedeputeerde van de provincie Groningen, ik woordvoerder van de Actiegroep Tunnelvariant. Het zal je niet zijn ontgaan dat de ombouw inmiddels in volle gang is.
Maar ik wil het over iets heel anders met je hebben. Over kalveren om precies te zijn. En ander vee. Donderdag 17 oktober besteedde Zembla op tv aandacht aan mestkalveren. Kortgeleden opperde jij (ik las het bij Melkvee.nl), dat Nederland kalveren moet importeren, om de kosten te drukken. Netwerk Grondig stelde in de uitzending daarentegen dat de import van kalveren moet stoppen. In beide gevallen valt het me op dat jullie over de kalveren spreken als producten en handelswaar. Over wat het kalf er zelf van vindt (een vreemde gedachte?), hoor ik niets. Het dier als producent van vlees.

Schijn bedriegt

Door de eeuwen heen heeft de mens dieren gegeten. Daar leek altijd weinig discussie over te zijn. Ook bij ons is het alsof het bij onze normen en waarden hoort. Maar schijn bedriegt. Oude Grieken als Theophrastus, Pythagoras en Plutarchus veroordeelden al het eten van vlees. Mogelijk spreken de voorbeelden van kerkvader Clemens van Alexandrië („beter blij te zijn dan je lichaam te gebruiken als begraafplaats voor dieren”) en van de Benedictijnen (de monniken mochten oorspronkelijk geen vlees eten) je meer aan. Per slot ben je een gerenommeerd CDA-politicus.

Medelijden?

Ik lees regelmatig Boerderij.nl en verwante bladen. Ik verbaas me altijd weer over het gemak waarmee mensen in de veehouderij (niet) praten over dieren. Bij de melkveeboeren geen woord van medelijden over kalfjes die na de geboorte al of niet direct bij de koe worden weggehaald, geen woord over de stierkalfjes die enkel van ‘nut’ zijn voor de slacht. Anderhalf miljoen worden er per jaar alleen al gedood voor de Amerikaanse markt. Bij Pigbusiness vormen de marktprijzen het belangrijkste nieuws. Geen woord van medeleven over de 15 miljoen varkens die elk jaar gedood en geslacht worden. En dan de kippen: meer dan 620 miljoen gaan er jaarlijks over de kling.
Henk, dit kan toch niet langer zo?

Ethisch?

Dieren in de veeteelt zijn alleen ten dienste van de mens, zoals dat vroeger met de slaven het geval was bij de slavenhouders. In de veehouderij gaat het wel over dierenwelzijn, maar nooit of het ethisch is dieren te doden voor het welbevinden van de mens. Terwijl er toch ooit een wet is aangenomen die stelt dat dieren een intrinsieke waarde hebben.
In de boerenwereld is de laatste tijd veel te doen. Boeren voelen zich te kort gedaan en bedreigd in hun bestaan. Alom protesten. Het draait allemaal om de invloed die met name de veeteelt heeft op de natuur en de maatregelen die de regering wil nemen. Twee week geleden was je erbij op het Malieveld. Laatst moest de deur van het jou bekende provinciehuis aan het Martinikerkhof het ontgelden.

Dierenrechten

Maar ik stel dat er nog belangrijker zaken spelen: de ethische kant of zo je wilt de rechten van de dieren. Ik zou willen dat de boeren - als ze na alle protesten tijd hebben voor andere zaken - zich daar eens mee bezig houden. Alvast een voorschot: ik denk niet dat er geen leven meer is voor de boeren als we overstappen naar een (meer) plantaardige leefwijze.
Tot slot. Ik ken een melkveehoudersgezin van wie de vrouw elke keer stil in huis zat te huilen als de kalfjes naar de slacht gingen. Ze zijn gestopt.

Wim Maat is gepensioneerd zorgmedewerker en zet zich al geruime tijd in voor dierenrechten.

Het doden van dieren in Nederland

Met dank aan: Barends Blik.

Per jaar gaan er door ons toedoen meer dan zeven miljard dieren dood:

  1. Slachters slachtten 639.662.000 dieren in 2017.
  2. Beroepsvissers haalden 6.413.472.000 vissen, kreeften, garnalen etc uit zee (2017).
  3. Sportvissers zorgen voor plusminus 8.000.000 dode vissen (jaarlijks).
  4. Jagers schoten 827.727 dieren af (gemiddeld per jaar over de jaren 2016, 17 en 18).
  5. De waterschappen vingen en doodden 54.779 muskusratten en beverratten,
    de bijvangst van de waterschappen was 8.927 zoogdieren, vogels en vissen (2018).
  6. Nertsfokkers doodden plusminus 2.000.00 nertsen (2018).
  7. Onderzoekers doodden 475.884 proefdieren (2018).
  8. Door stalbranden gingen er 122.000 dieren dood in 2018.
  9. In een kwart eeuw tijd verdween 75 procent van de insecten.

 

Waarden en normen
Volgens de waarden en normen van Nederland is hier niks mis mee. Zij het dat de bontfokkerij per 2024 is verboden en er veel kritiek is op dierproeven. Proeven voor cosmetische doelen zijn inmiddels verboden. Stalbranden worden verfoeid, hoewel het economisch belang hier voorop staat. Maatregelen vinden de minister van landbouw en de tweede kamer te duur. En zijn dus niet verplicht.
Dat is het wel zo’n beetje wat de ethiek betreft.

Een kleine toelichting
In 2016 stond Amerika na een boycot van twintig jaar (destijds door een handelsoorlog, ook al, en de gekke koeienziekte) de import van kalfsvlees weer toe. Bij de afvaart van het eerste schip met kalfsvlees uit Rotterdam stonden een eurocommissaris en een staatssecretaris het uit te zwaaien. Men was blij! De export, ook naar andere landen, kost anderhalf miljoen kalveren elk jaar het leven.

Als je het Voedingscentrum (‘eerlijk over eten’) mag geloven gebeurt slachten op een diervriendelijke manier: ‘In het slachthuis worden de dieren uit de veehouderij geslacht. Eerst worden ze bedwelmd en gedood, …’. Kennelijk is het doden op zich iets waar je niet over nadenkt, kennelijk gaat er ook nooit iets mis. Geen woord hierover op hun website. Het Voedingscentrum wordt voor 100% gesubsidieerd door de overheid.

Vissers klagen steen en been dat ze aan te veel voorschriften moeten voldoen, maar ook in die sector geen reflexie op wat hun werk voor de zeedieren betekent. Ik geef een paar voorbeelden: vissen worden aan dek ‘op ijs’ gelegd, ze stikken en/of sterven door bevriezing. Garnalen gaan levend de kokende olie in. Als de eerste haring in Scheveningen wordt binnen gebracht, is het feest. Het eerst vaatje wordt verkocht voor een kleine ton, het geld wordt gedoneerd aan een goed doel. Hoe hypocriet kun je zijn.

Sportvissers vinden dat ze een gezonde sport bedrijven en zijn zelfs aangesloten bij het NOC*NSF, de Nederlandse sportkoepel. Vissen voelen wel pijn maar zijn zich er niet van bewust, aldus Sportvisserij Nederland. Hoe bedenk je het.

Dan de andere jagers. In 2017 hebben actiegroepen in alle provincies geprobeerd de plezierjacht te verbieden. Dit betreft de jacht op hazen, konijnen, fazanten, houtduiven en wilde eenden, die onbeperkt mogen worden geschoten van pakweg oktober tot maart. Veel leverde dat niet op, de provinciebesturen vonden het een bevoegdheid van de minister. Naast het jachtseizoen worden het hele jaar door dieren geschoten. Ik was erg verbaasd dat het per jaar oa om meer dan 300.000 ganzen van allerlei soort en ruim 100.000 kraaiachtigen gaat. Ook de kat is niet veilig, althans de verwilderde. Die eet weidevogels en die moeten beschermd worden. Dat een kat ook muizen en ratten eten, wat veel mensen nuttig vinden, wordt buiten beschouwing gelaten.

Muskusratten en beverratten zijn een gevaar voor onze dijken en dus voor ons land. Doden dus. De waterschappen hebben er speciale vangers voor. Die en passant nogal wat andere dieren slachtofferen. Dierenbeschermers vinden al die drukte niet nodig, met andere bedijkingsmethodes kunnen deze dieren prima in ons land leven.

Wat bont betreft: de productie in Nederland wordt dan wel verboden, maar de import niet. Ik trof een paar week geleden in een winkel waar ik een kleedje zocht ettelijke dierenhuiden aan van koeien, schapen en andere dieren.

Er is al jaren veel kritiek op dierproeven. Veel mensen, ook wetenschappers, vinden die niet nodig. Proeven van medicijnen op dieren zijn meestal waardeloos voor mensen, omdat bijvoorbeeld muizen heel anders in elkaar zitten dan mensen. Proeven voor kosmetische doelen mogen al niet meer.

Met de insecten gaat het slecht. Geschat wordt dat de laatste 25 jaar hun aantal met 75% is afgenomen. Voornaamste oorzaak: de intensieve landbouw door gebruik van bestrijdingsmiddelen, eenzijdig bebouwde akkers en dito grasland. De landbouwsector vindt dat de schuldvraag niet duidelijk is, windmolens en auto’s doden ook veel insecten. Maar nader beschouwd blijkt dat een klein deel van het geheel te zijn.

Hoe verder?
Alles bij alles is het leven van een dier in Nederland niet veel waard. Ze leveren dood het meeste op, in geld uitgedrukt.

Ik heb het in dit stuk niet over het aandeel van de consument. Die is natuurlijk gigantisch. Als we met elkaar morgen besluiten geen vlees en vis meer te eten, is al dat doden voor een groot deel voorbij. Boeren zeggen dat de veehouderij nodig is om voor voldoende voedsel te zorgen. De meeste consumenten en boeren zien niet dat je met plantaardige voeding uitstekend kunt leven. Veel veganisten doen het al jaren. Een veganistische leefwijze blijft bovendien boeren werk bieden.

Sept. 2019

 

'Dierenextremisten'

De voorzitters van LTO en POV, Calon en Janssen, noemen de mensen die opkomen voor de rechten van dieren 'extremisten' (Trouw, 8-1-2019). In werkelijkheid zijn dat natuurlijk de veeboeren, die hun brood verdienen met de dood van dieren.

Immers varkens worden gehouden voor de slacht. Bij de koeien gaat van de kalfjes de helft, de stieren, dezelfde weg, net als de mannetjeskuikens bij de kippen, die in de shredder verdwijnen. Uiteindelijk worden ook de volwassen dieren als ze niet meer 'productief' zijn geslacht. Denk ook aan de dieren die met duizenden tegelijk in grote schuren worden gehouden en vaak nooit daglicht zien. 

Nee, voorzitters, de strijd tegen veeboeren houdt niet op bij een 'punt maken'.

9/1/2019

 

Gewetenloze ondernemers

Olie

Vorige week was het groot nieuws dat Shell in 1986 al een rapport publiceerde over de gevolgen voor het milieu van oliewinning en gebruik van fossiele brandstoffen. Toch ging het bedrijf ‘gewoon’ door met winnen en deed nauwelijks iets aan duurzaamheid.
De film Climate of Concern liet Shell in 1991 maken. De film werd in de jaren negentig wereldwijd als voorlichting vertoond op scholen en universiteiten.
In een memo uit 1979 van Shells kolendivisie werd al over het klimaatprobleem geschreven: de toename van CO2 in de atmosfeer was reden tot zorg en vroeg om verder onderzoek.  In de bronnenlijst van de studie uit 1986 werden tientallen papers en boeken over het broeikaseffect genoemd; de vroegste uit 1975.
Het Texaanse ExxonMobil begon al in de jaren zeventig het klimaat te bestuderen. In een interne memo  uit 1981 kreeg het management uitgelegd, dat de verwachte totale CO2-uitstoot in het jaar 2030 zou kunnen zorgen voor ‘catastrofale gevolgen (in ieder geval voor een aanzienlijk deel van de wereldbevolking).’ Hoewel er nog veel onzeker was over de precieze effecten, werd er binnen Exxon al in 1982 gerapporteerd dat er een ‘duidelijke wetenschappelijke consensus is ontstaan’ over het verband tussen uitstoot en opwarming.  Om de opwarming tegen te gaan ‘zou het gebruik van fossiele brandstoffen drastisch beperkt moeten worden,’ rapporteerde Exxon.

Tabak

Philip Morris (PM, o.a. Marlboro) kreeg in de VS met steeds meer beperkende maatregelen te maken en vreesde ten onder te gaan door het teruglopen van de winst. Maar gelukkig, er zijn nog landen waar de tabaksindustrie geen strobreed in de weg wordt gelegd. Indonesië is er zo een. Er mag overal gerookt worden, bovendien is het er hobby nummer één. En arbeidsvoorwaarden zijn er nauwelijks.
Een documentaire liet vorige week (6/3/17) zien hoe het bedrijf zoiets aanpakt. PM begon er in 1985 een eigen bedrijf en kocht in 2005 het Indonesische Sampoerna op. Daarmee kreeg het het grootst deel van de Indonesisiche markt in handen. De reclame van PM is vooral gericht op kinderen (officieel vanaf 18, in de praktijk vanaf 14 jaar).
Niks mis mee, zei de bestuursvoorzitter van PM, wij houden ons volledig aan de wet. Met slachtoffers van roken en slechte werkomstandigheden had hij niets van doen.
Philip Morris heeft in Bergen op Zoom ook een fabriek, die volgend jaar vooral tabak voor electronisch roken gaat maken.

Koeien

Een paar dagen geleden had ik een discussie met een jonge boer. Ik zei dat ik tegen de hele vee-industrie was omdat die slecht is voor dier en milieu. Ja maar, zei hij, boeren zijn ondernemers. Ik begrijp dat het welzijn van dieren en milieu ondergeschikt is aan het economisch gewin.
In Oost-Groningen willen twee boeren megastallen uitbreiden en bouwen voor respectievelijk 1000 en 1800 koeien. Dat zijn nog eens ondernemende boeren!
Wat bezield die mensen, dit heeft toch niks meer te maken met fatsoenlijk omgaan met dieren. De koeien in zulke stallen zijn puur productieapparaten die letterlijk uit gemolken worden. En denk ook aan alle kalfjes die dit oplevert en die opgefokt worden voor de slacht. Nog eens kassa.
De melkprijs is onlangs flink gekelderd, de overheid geeft zelfs subsidie voor het doden van koeien. Toen deze ‘ondernemers’ hun aanvragen deden was daar nog geen sprake van, maar de onzin van het bouwen van megastallen was er al wel.

Mijn stelling: Ondernemers hebben geen enkel moreel besef en gaan desnoods over lijken. Winst is het enige doel. Alleen wettelijke maatregelen houdt ze tegen. Die zullen van de politiek moeten komen.

https://decorrespondent.nl/6262/reconstructie-zo-kwam-shell-erachter-dat-klimaatverandering-levensgevaarlijk-is-en-ondermijnde-het-alle-serieuze-oplossingen/1062669891272-5cafa852
http://www.tabaknee.nl/nieuws/item/643-philip-morris-onder-het-vergrootglas-bekende-en-onbekende-toppers-deel-4
https://www.oneworld.nl/blog/van-jakarta-new-delhi-tot-aan-islamabad/philip-morris-hoopt-op-nog-meer-verslaafden-indonesie
http://www.tabaknee.nl/tabaksindustrie/andere-duistere-zaken/item/510-oud-marketingmanager-philip-morris-indonesie-qkinderen-zijn-onze-doelgroepq
ttps://fd.nl/ondernemen/1155899/philip-morris-gaat-weer-aan-de-slag-in-bergen-op-zoom

20/3/17

http://westerwoldegroen.nl/megastal-met-100-koeien-in-munnekemoer-weer-stapje-dichterbij/. 29/4/15. Foto Thea de Boer.

PRO LIFE. OF NIET?

http://mozajudiek.webklik.nl/page/moza-iuml-ek-op-reis

Als het over euthanasie gaat of over abortus staan de christelijke partijen vooraan om tegen te zijn. Als het om zorg voor dieren gaat, staan dezelfde partijen weer vooraan om de veeboeren en de bioindustrie te beschermen.

Ik heb hun (verkiezings)programma’s erop nageslagen

Het CDA beleidt weliswaar dat het tegen megastallen is, maar als het om familiebedrijven gaat mag alles. Het doden van dieren voor het vlees en de melkproduktie (kalfjes) is geen probleem. Per slot is dat economie.
Het CDA is geen voorstander van verruiming van de euthanasiewetgeving of recht op levensbeëindiging. Over abortus denkt het CDA wat genuanceerder. Het mag, maar: elke vorm van menselijk leven (heeft) recht op bescherming. Dat geldt ook voor het ongeboren menselijk leven.
Het CDA maakt duidelijk onderscheid tussen het leven van mensen en dat van dieren. Bij de laatsten doet dat er minder toe! Hoe christelijk is dat eigenlijk?

De SGP maakt het in zijn dubbelzinnigheid het bontst, de partij is voor de doodstraf. Letterlijk: De hoge waarde van het leven brengt voor de SGP met zich, dat zij tegen abortus en euthanasie is, maar óók dat zij voorstander is van de doodstraf. Onbegrijpelijke taal. Hebben ze elkaar te veel met de bijbel om de oren geslagen?
Nog een citaat uit de standpunten van onze gereformeerde broeders: Dieren behoren tot Gods schepping. We mogen ze gebruiken, maar niet misbruiken. Wie een dier alleen maar ziet als een productiemiddel waarmee geld te verdienen is, doet geen recht aan de eigen waarde van het dier. Dit zou zo van de Partij voor de Dieren kunnen komen!
Maar even verder: Transporten van met name slachtvee over lange afstand moeten beperkt worden tot maximaal 500 kilometer of acht uur. Slachtvee? Oh, dat bestaat dus, maar hoe rijmt de SGP dat met de ‘Eigenwaarde van het dier’. Heeft iets met de doodstraf te maken?

De ChristenUnie tot slot is bijna even dubbelhartig. De CU verzet (zich) tegen de legalisering van abortus en is geen voorstander van de euthanasiewet.
Maar de ChristenUnie is uiterst vaag over de veeteelt. Een alinea over problemen van melkveehouders die te weinig voor hun melk krijgen is alles wat er te vinden is in het programma. Niets over megastallen, niets over dierenwelzijn. Maar wel: Jacht is belangrijk voor schadebestrijding en populatiebeheer. Ah, dieren mogen gedood worden! En die (dode) dieren moeten in de voedselketen gebracht worden. Geweldig: we mogen ze opeten ook.
De vleesindustrie heeft ook van de CU niks te vrezen.

6/3/17

 

Kalfsvlees en kalveren

Foto ANP

Nederlands kalfsvlees mag Amerika weer in 
Over enkele weken ligt er weer Nederlands kalfsvlees in de Amerikaanse schappen. Na een boycot van twintig jaar, is de export weer toegestaan.
De eerste containers met Nederlands kalfsvlees vertrokken vandaag uit de haven van Rotterdam, meldt de NOS vrijdag. Eurocommissaris voor Landbouw Phil Hogan en staatssecretaris Martijn van Dam van Economische Zaken waren daarbij aanwezig. 
De Nederlandse kalfsvleeshouders hebben hiermee een belangrijke afzetmarkt teruggewonnen. Volgens de kalfsvleesexporteurs is dat hard nodig. Nederland is met ruim 1,4 miljoen geslachte kalveren per jaar de grootste exporteur ter wereld. De omzet uit Zuid-Europese landen, een belangrijke afzetmarkt, viel door de economische crisis echter tegen.
Ook in Nederland loopt de kalfsvleesconsumptie licht terug. De sector verwacht in de VS en Canada voor zo’n 80 miljoen euro aan kalfsvlees te kunnen afzetten.
De boycot van Europees kalfsvlees gold sinds 1986, toen de Europese Unie de import van Amerikaans vlees verbood vanwege de groeihormonen die de dieren toegediend kregen. De Amerikanen beantwoordden die boycot met een ban op Europees kalfsvlees.
Sinds de BSE-crisis eind jaren negentig, werd export van al het Europese rundvlees naar Amerika verboden. Het kostte jaren om ieder land van de Europese Unie te laten bewijzen dat de gekkekoeienziekte was bestreden.

NU.nl, Zaterdag 15 oktober


 

Amerika accepteert weer kalfsvlees uit Nederland (en Ierland en Litouwen). De vleessector is blij en ook de bestuurders, getuige de aanwezigheid van een eurocommissaris en een staatssecretaris bij de afvaart van het eerste kalfsvlees naar de VS.

Geen woord over de kalveren die het leven hiervoor laten, bijna anderhalf miljoen per jaar! Integendeel, hoe meer hoe beter. De dieren zijn niet meer dan productiemiddelen, alsof het over een bedrijf gaat dat fietsen exporteert. De export levert geld op, is goed voor de Nederlandse economie en werkgelegenheid en meer van dat soort hosanna. Verdere ethiek en emotie komen er niet aan te pas.

In plaats van naar alternatieven te zoeken, verheugt de agrarische sector zich op elk dubbeltje dat er meer verdient kan worden. Bah.

Okt. '16

Het Burgerinitiatief tegen de jacht

Woensdag 15 juni 2016 hebben we het burgerinitiatief Stop de hobbyjacht Groningen aangeboden aan de commissaris van de koning, René Paas. 

Wij wilden met het burgerinitiatief bereiken dat de provincie Groningen een einde maakt aan de hobbyjacht: de jacht op hazen, konijnen, fazanten, wilde eenden en houtduiven. Op deze dieren mag onbeperkt en zonder noodzaak gejaagd worden tijdens het jachtseizoen. Met het aanbieden van het initiatief werd Provinciale Staten verzocht het burgerinitiatief op de agenda te plaatsen.

Helaas is dit niet gelukt. Provinciale Staten vonden dat de bevoegdheid voor de jacht bij de staatssecretaris (minister) van economische zaken ligt. Het burgerinitiatief is niet in behandeling genomen! Dit ondanks dat we 1255 handtekeningen aanboden, er waren1000 nodig.

Jaarlijks worden er in Nederland ruim 1 miljoen dieren doodgeschoten voor de lol van een kleine groep hobbyjagers. Uit onderzoek blijkt, dat 72% van de Nederlanders hiertegen is. Vorig jaar stemde het parlement in met de Wet Natuurbescherming, waardoor provincies o.a. meer verantwoordelijkheid krijgen voor de uitvoering van de jacht. De wet treedt per 1 januari 2017 in werking.

Wij, een groep mensen van de Partij voor de Dieren en andere sympathisanten, zijn teleurgesteld. Maar we gaan door en denken aan een landelijke actie.

Juni '16